De mogelijkheden van lease in de energietransitie

De mogelijkheden van lease in de energietransitie en de overgang naar een circulaire economie: tijd voor een revisie van het Nederlandse goederenrecht?

Het belang van de energietransitie in het behalen van de klimaatdoelen van Parijs is enorm. Volgens de International Energy Agency IRENA kan een dergelijke overstap, tezamen met een verbetering van de energie efficiëntie, tot een reductie van 90% van de gewenste CO2 emissies leiden. Naast deze overstap op groene energie kan ook de overstap naar een circulaire economie een belangrijke rol spelen. Dit wordt erkend door de EU in hun ‘Actieplan circulaire economie’ dat in 2020 is verschenen. De vraag is echter of de energietransitie en circulaire economie als twee losse pijlers in de klimaattransitie dienen te worden gezien. Lease van elektrische apparatuur (zoals warmtepompen, elektrische boilers of zonnepanelen) zou namelijk een bijdrage kunnen leveren aan beide. Enerzijds, omdat het voor partijen met beperkte financiële middelen mogelijk wordt dergelijke apparatuur te bemachtigen. In plaats van een grote eenmalige investering worden de kosten namelijk verspreid en is het ook mogelijk om het product door de lessor te laten onderhouden. Anderzijds, omdat het verdienmodel van lease gebaseerd is op de lange levensduur van een product in plaats van de eenmalige verkoop. Om een lange levensduur te garanderen wordt de lessor gestimuleerd om producten van goede kwaliteit te leveren die makkelijker kunnen worden gerepareerd of hergebruikt.

Verlies van eigendom door natrekking

De vraag is echter of het Nederlandse goederenrecht de lease wel een aantrekkelijk middel maakt, omdat het voor de aantrekkelijkheid van uiterst belang is dat de lessor zijn eigendomsrechten behoudt op het moment dat deze zaken bij de lessee worden geïnstalleerd. In het Nederlandse goederenrecht kan een dergelijk verlies van eigendom optreden door bestanddeelvorming of door natrekking (art. 5:20 BW). Voor de bestanddeelvorming speelt het een rol (i) of de zaak kan worden verwijderd zonder dat daarbij schade wordt toegebracht aan een van de zaken en (ii) of de zaak volgens de verkeersopvatting een bestanddeel is geworden van de andere zaak. Bij de verticale natrekking gaat het over de natrekking met de grond en hetgeen op die grond gebouwd is. Het relevante criterium hierbij wordt uitgelegd in het bekende Portacabin arrest, namelijk duurzame vereniging met de grond. Dit moet worden beoordeeld naargelang objectieve criteria, waarbij de bedoeling van de bouwer enkel een rol speelt indien deze naar buiten kenbaar is.

Wanneer dit wordt toegepast op de lease van elektrische apparatuur zal over het algemeen worden kunnen aangenomen dat ook hier, veelal op grond van art. 5:20 BW, verlies van eigendom zal plaatsvinden indien de apparatuur op het perceel van de lessee wordt aangebracht. De apparatuur wordt namelijk vaak op een duurzame manier aan de grond of aan een gebouw bevestigd en aangesloten op het elektriciteitsnetwerk, wat in het Portacabin arrest eveneens tot een duurzame vereniging met de grond leidde. Dit criterium is zelfs leidend indien de zaken makkelijk verwijderd kunnen worden, omdat het van belang is dat het objectief waarneembaar is of er sprake is van één zaak of meerdere losse componenten. Derhalve zal de tijdelijke aard van de verbinding die uit het lease contract volgt ook niet veel soelaas bieden. Deze is namelijk niet voor derden kenbaar en zal dus niet in de beoordeling worden meegenomen.

Vestigen opstalrecht noodzakelijk

Het verlies van eigendom kan voorkomen worden door het vestigen van een opstalrecht. Dit recht, vastgelegd in art. 5:101 BW, zorgt ervoor dat eigendom van gebouwen en werken in, op of boven het eigendom van een ander kan worden behouden. Echter kan betwijfeld worden of deze oplossing de lease van elektrische apparatuur aantrekkelijk houdt. Ten eerste, omdat er dan bij elke lease (of de uitbreiding hiervan) naar de notaris moet worden gegaan omdat dit recht moet worden ingeschreven in de openbare registers met een notariële akte. De transactiekosten worden hiermee aanzienlijk verhoogt. Daarnaast is er toestemming vereist van de rechthebbende(n) op de grond. Niet elke grondeigenaar zal een opstalrecht willen vestigen. Ook bij beperkt gerechtigden, zoals de hypotheekhouder, dient te worden geïnformeerd of deze akkoord gaat. Voorts is er ook nog de nodige onzekerheid omtrent de mogelijkheden van het vestigen van een opstalrecht bij bepaalde zaken. Zo is het tot op heden niet gebleken of een opstalrecht gevestigd kan worden bij geïntegreerde zonnepanelen. Dit kan in ervoor zorgen dat er later extra juridische kosten optreden.

Herziening goederenrecht

Al in al, lijkt het erop dat de lease van elektrische apparatuur minder aantrekkelijk wordt doordat het in de meeste gevallen noodzakelijk is een opstalrecht te vestigen. Dit stemt niet overeen met de bedoeling van de EU in het Actieplan circulaire economie om product-as-a-service initiatieven (zoals lease) aantrekkelijker te maken. In het belang van de energietransitie en de circulaire economie is een herziening van het goederenrecht derhalve denkbaar. Het is namelijk de vraag of het goederenrecht zoals het nu van toepassing is nog heel relevant is in een circulaire economie. Deze in plaats van lineair eigendom gefocust op een vernieuwde manier van produceren waarbij samenwerking en duurzaamheid hoog in het vaandel staan. De ratio achter de huidige regels van natrekking, namelijk dat het duidelijk moet zijn voor derden wie het eigendom heeft en dat een eenheid meer waarde heeft dan een individueel component, is in een circulaire economie daarom minder fundamenteel. Met dat vooruitzicht zou het gerechtvaardigd zijn om de belangen van de lessor meer gewicht toe te kennen. Hierbij valt te denken aan een uitzondering op natrekking in geval van het tijdelijk ter plaatse zijn van goederen in geval van lease of een recht van de verhuurder om aangebrachte wijzigingen aan het eigendom van de lessee weg te nemen (vergelijkbaar met het wegneemrecht van de huurder in art. 7:216 BW).

Conclusie

Op basis van het bovenstaande kan geconcludeerd worden dat lease van elektrische apparatuur beide een bijdrage levert aan de energietransitie en de progressie naar een circulaire economie. Echter is de lease met de regels van natrekking in het Nederlandse goederenrecht een minder aantrekkelijke optie. Dit is omdat de lessor vaak zijn eigendomsrechten verliest zodra de elektrische apparatuur wordt geïnstalleerd op het perceel van de lessee. Derhalve is het noodzakelijk om een opstalrecht te vestigen wil men voor lease gaan, hetgeen de nodige transactiekosten en eventuele juridische kosten met zich mee brengt. Omdat het in de overgang naar een circulaire economie gewenst is lease constructies aantrekkelijker te maken, zou het gerechtvaardigd zijn de lessor meer rechten toe te kennen.

Heeft u vragen over de energietransitie en de circulaire economie, bijvoorbeeld omdat u graag een bijdrage wilt leveren aan de energietransitie door middel van het leasen van elektrische apparatuur? Neem dan contact op met Law & More. Onze advocaten zijn gespecialiseerd op het gebied van duurzaamheid en helpen u graag verder!

Duurzaamheidsrecht