CSRD: voor wie geldt hij en wat moet u openbaar maken?
De CSRD verplicht grote ondernemingen om over duurzaamheid te rapporteren volgens vaste Europese standaarden, in het bestuursverslag en gecontroleerd door een accountant. Sinds het Omnibus I-pakket van maart 2026 is de kring van verplichte ondernemingen fors kleiner: de richtlijn geldt pas vanaf gemiddeld meer dan 1.000 werknemers én meer dan 450 miljoen euro netto-omzet, met de eerste rapportage over boekjaren die beginnen op of na 1 januari 2027. Daarnaast bestaan aparte openbaarmakingsplichten uit de taxonomieverordening en, voor de financiële sector, uit de SFDR. Wie buiten al die regimes valt, krijgt de informatievraag alsnog via de keten.
Het korte antwoord
CSRD staat voor Corporate Sustainability Reporting Directive. De richtlijn maakt duurzaamheidsinformatie onderdeel van de jaarverslaggeving: niet als los duurzaamheidsverslag, maar als een hoofdstuk in het bestuursverslag, opgesteld volgens de Europese rapportagestandaarden en voorzien van een assurance-oordeel. De gedachte erachter is dat financiers, afnemers en toezichthouders duurzaamheidsinformatie net zo moeten kunnen vergelijken en vertrouwen als financiële cijfers.
Rond die kern liggen drie andere lagen. De taxonomieverordening verplicht dezelfde ondernemingen tot cijfers over ecologisch duurzame activiteiten. De SFDR verplicht financiële marktdeelnemers tot informatie over hun producten en beleid. Ondernemingen buiten al die regimes hebben geen wettelijke rapportageplicht, maar wel te maken met vragen van afnemers, banken en verzekeraars.
De NFRD is opgegaan in de CSRD
Richtlijn 2014/95/EU, de richtlijn niet-financiële informatie of NFRD, gold voor grote organisaties van openbaar belang met meer dan 500 werknemers. Zij is niet meer het geldende kader. De CSRD, Richtlijn (EU) 2022/2464, heeft die bepalingen vervangen en uitgebreid. Spreekt een tekst nog over de NFRD als vigerend regime, dan is die tekst verouderd.
Voor wie geldt de CSRD na het Omnibus-pakket?
Het oorspronkelijke stelsel kende vier golven, met drempels die op termijn ook middelgrote en beursgenoteerde kleine ondernemingen zouden raken. Dat is verlaten. Het Omnibus I-pakket is in maart 2026 in werking getreden en kent nu twee cumulatieve drempels.
| Onderneming | Drempel | Eerste rapportage |
|---|---|---|
| EU-onderneming | Meer dan 1.000 werknemers gemiddeld én meer dan 450 miljoen euro netto-omzet | Boekjaar dat begint op of na 1 januari 2027 |
| Onderneming van buiten de EU | Meer dan 450 miljoen euro omzet in de EU, met een dochter of bijkantoor van betekenis | Boekjaar 2028 |
| Beursgenoteerde kleine en middelgrote onderneming | Valt buiten de richtlijn | Geen verplichting |
Beide drempels moeten worden gehaald: werknemers én omzet. Haalt u er één, dan valt u buiten de CSRD. Een onderneming met 1.200 werknemers en 300 miljoen euro omzet valt er dus buiten. Ondernemingen die onder de oorspronkelijke eerste golf al rapporteerden, blijven verplicht zolang zij beide nieuwe drempels halen; zij profiteren wel van de versoepelingen.
Wat moet er in het verslag staan?
De CSRD werkt met het beginsel van dubbele materialiteit. U rapporteert over twee kanten van dezelfde medaille:
- Impact naar buiten. Welke gevolgen heeft uw onderneming voor mens en milieu, in de eigen activiteiten en in de keten.
- Financiële gevolgen naar binnen. Welke duurzaamheidsrisico’s en -kansen raken uw omzet, kosten, activa en toegang tot kapitaal.
Welke onderwerpen daadwerkelijk in het verslag komen, bepaalt u met een materialiteitsanalyse. Die analyse is geen formaliteit: zij is het document waarop een accountant en later een toezichthouder terugvallen als zij willen weten waarom een onderwerp wel of niet is behandeld.
Daarnaast liggen de vorm en de vindplaats van de rapportage vast:
- Plaats. De informatie hoort in een apart herkenbaar onderdeel van het bestuursverslag, niet in een los duurzaamheidsrapport.
- Standaarden. De rapportage volgt de European Sustainability Reporting Standards. Die standaarden zijn vereenvoudigd en sectorspecifieke standaarden komen er niet.
- Formaat. De informatie wordt digitaal gemarkeerd aangeleverd.
Welke controle vindt er plaats?
De accountant beoordeelt de duurzaamheidsrapportage met beperkte mate van zekerheid. De eerder aangekondigde stap naar een redelijke mate van zekerheid is met Omnibus geschrapt. Dat scheelt kosten, maar verandert niets aan de kern: de informatie moet herleidbaar zijn tot een bron, en die bron moet er zijn als erom wordt gevraagd.
De taxonomieverordening: cijfers naast het verslag
Verordening (EU) 2020/852 verplicht ondernemingen die onder de CSRD vallen tot afzonderlijke cijfers. U geeft aan welk deel van uw omzet, investeringsuitgaven en operationele uitgaven verband houdt met ecologisch duurzame activiteiten.
Ook hier heeft Omnibus gesnoeid. De verplichte taxonomierapportage volgt nu de CSRD-drempels. Grote ondernemingen met meer dan 1.000 werknemers maar een netto-omzet van niet meer dan 450 miljoen euro mogen vrijwillig rapporteren. Daarnaast is de rapportage zelf vereenvoudigd. Zie onze toelichting op de taxonomieverordening.
SFDR: openbaarmaking in de financiële sector
Verordening (EU) 2019/2088, de Sustainable Finance Disclosure Regulation, geldt onverkort. Zij richt zich op financiële marktdeelnemers en financieel adviseurs, zoals beheerders van beleggingsinstellingen, verzekeraars met verzekeringsproducten met een beleggingscomponent en pensioeninstellingen. De SFDR kent openbaarmaking op twee niveaus:
- Entiteitsniveau. Informatie op de website over het beleid inzake duurzaamheidsrisico’s, over beloningsbeleid en over ongunstige effecten op duurzaamheidsfactoren.
- Productniveau. Informatie in precontractuele documentatie en periodieke verslagen. Producten die ecologische of sociale kenmerken promoten en producten met duurzame beleggingen als doelstelling kennen zwaardere eisen.
Er loopt een herziening van de SFDR. Die is nog niet afgerond en nog geen geldend recht. Tot die tijd geldt het huidige kader onverkort. De AFM houdt in Nederland toezicht.
Overzicht van de vier regimes
| Regime | Wie | Waar openbaar | Vanaf |
|---|---|---|---|
| CSRD | Meer dan 1.000 werknemers en meer dan 450 miljoen euro omzet | Bestuursverslag | Boekjaren vanaf 1 januari 2027 |
| Taxonomieverordening | Ondernemingen binnen de CSRD-scope | Bestuursverslag | Doorlopend |
| SFDR | Financiële marktdeelnemers en adviseurs | Website, prospectus, periodiek verslag | 2021 |
| VSME | Vrijwillig, vooral mkb in de keten | Naar keuze | Vrijwillig |
En als u er niet onder valt?
Het antwoord op die veelgestelde vraag is minder geruststellend dan het lijkt. U heeft dan geen wettelijk duurzaamheidsverslag; de gewone regels voor het bestuursverslag in artikel 2:391 BW blijven wel gelden. Maar ondernemingen buiten de directe reikwijdte krijgen de CSRD alsnog via de keten op hun bord: een verplichte afnemer, bank of verzekeraar heeft gegevens nodig over uw uitstoot, uw arbeidsomstandigheden of uw materiaalgebruik.
Omnibus I heeft daar wel een grens getrokken. Ondernemingen met gemiddeld niet meer dan 1.000 werknemers zijn beschermd: hun mag niet meer informatie worden gevraagd dan de vrijwillige rapportagestandaard voor het mkb, de VSME, voorschrijft. Een contractuele bepaling die verder gaat, is niet afdwingbaar. Dat is een bruikbaar argument in onderhandelingen over inkoopvoorwaarden en financieringsdocumentatie, en het loont om het te kennen voordat u tekent.
Vrijwillig rapporteren volgens de VSME kan niettemin aantrekkelijk zijn. Het geeft u één set gegevens waarmee u alle ketenvragen kunt beantwoorden. Meer over de inrichting daarvan leest u op onze pagina over ESG-rapportage.
Waar en wanneer wordt de informatie openbaar?
Openbaarmaking is een jaarrekeningvraagstuk, en dat heeft praktische gevolgen. De duurzaamheidsinformatie deelt het tijdpad van het bestuursverslag: zij wordt vastgesteld door het bestuur, gecontroleerd en gedeponeerd bij het handelsregister. De algemene vergadering krijgt haar dus op hetzelfde moment als de cijfers.
Dat betekent dat u uw dataverzameling ruim voor het einde van het boekjaar moet inrichten. Gegevens uit de waardeketen zijn niet in enkele weken op te halen. Begin daarom met een nulmeting en een inventarisatie van uw informatiebronnen.
Beursvennootschappen krijgen daarnaast te maken met de Nederlandse Corporate Governance Code. Die vraagt een toelichting op de visie op duurzame langetermijnwaardecreatie, ook als de onderneming buiten de CSRD valt. Zie onze pagina over duurzaamheid en de Corporate Governance Code.
Sancties en toezicht
Het niet of onvolledig openbaar maken van wettelijk voorgeschreven informatie in het bestuursverslag is niet vrijblijvend.
- Belanghebbenden kunnen een jaarrekeningprocedure starten bij de Ondernemingskamer.
- Het ontbreken of onjuist zijn van het bestuursverslag raakt de deponeringsverplichting.
- Voor beursvennootschappen houdt de AFM toezicht op de financiële verslaggeving.
- Bestuurders kunnen intern aansprakelijk zijn op grond van artikel 2:9 BW.
- Misleidende publieke uitingen kunnen leiden tot handhaving door de ACM.
Let op de inhoud van wat u publiceert
Wat u publiceert, kan tegen u worden gebruikt. Onjuiste of onvolledige duurzaamheidsinformatie kan een oneerlijke handelspraktijk opleveren. Vanaf 27 september 2026 gelden strengere regels tegen misleidende duurzaamheidsclaims op grond van richtlijn (EU) 2024/825, de EmpCo-richtlijn. Algemene claims zonder onderbouwing en klimaatneutraliteitsclaims die alleen op compensatie berusten, zijn dan verboden. Zie greenwashing en duurzaamheidsclaims.
De Nederlandse implementatie
De wijzigingen moeten uiterlijk 19 maart 2027 in Nederlands recht zijn verwerkt. Het wetsvoorstel dat de CSRD in Boek 2 BW verankert, was nog niet afgerond toen Omnibus werd aangenomen en wordt nu op het nieuwe kader afgestemd. Praktisch betekent dat: reken op de Europese drempels en tijdlijn, en houd de nationale uitwerking in de gaten voor de details rond het bestuursverslag en de accountantscontrole. De definitieve tekst staat pas vast na afronding van het wetsvoorstel.
Wat u nu verstandig doet
- Bepaal of u de twee drempels haalt, ook geconsolideerd en ook op termijn. Een onderneming die groeit, schuift er vanzelf in.
- Valt u eronder, begin dan met de materialiteitsanalyse. Dat is de langste stap en bepaalt de rest.
- Richt uw dataverzameling in voordat het boekjaar afloopt, te beginnen met een nulmeting.
- Valt u er niet onder, breng dan in kaart wie in uw keten wél rapporteert en wat die partij bij u gaat opvragen.
- Loop uw contracten na op informatieverplichtingen die verder gaan dan de vrijwillige mkb-standaard.
- Scheid duurzaamheidsclaims in reclame strikt van rapportagegegevens.
Veelgestelde vragen
Geldt de CSRD ook voor een Nederlandse dochter van een buitenlands concern?
Een dochteronderneming kan vrijgesteld zijn als zij wordt meegenomen in de geconsolideerde duurzaamheidsrapportage van de moeder, mits die rapportage aan de Europese eisen voldoet. Voor concerns van buiten de EU geldt een eigen regime met een drempel van 450 miljoen euro EU-omzet.
Mag ik mijn duurzaamheidsinformatie in een apart rapport publiceren?
Onder de CSRD niet. De informatie hoort in het bestuursverslag, in een apart herkenbaar onderdeel. Een los rapport mag daarnaast, maar vervangt de wettelijke rapportage niet.
Wij vielen onder de oude CSRD-drempels. Moeten wij nu alsnog rapporteren?
Alleen als u beide nieuwe drempels haalt. Voor ondernemingen die door de verhoging buiten de scope vallen, voorziet het pakket in een overgangsregeling voor de tussenliggende boekjaren.
Welke zekerheid geeft de accountant bij duurzaamheidsinformatie?
Een beperkte mate van zekerheid. De stap naar een redelijke mate van zekerheid is geschrapt.
Is de CSRD hetzelfde als de CSDDD?
Nee. De CSRD gaat over rapporteren, de CSDDD over doen: het daadwerkelijk onderzoeken en aanpakken van misstanden in de keten. De CSDDD kent na Omnibus veel hogere drempels en gaat pas in 2029 gelden.
Wat gebeurt er als wij niet of te laat rapporteren?
De duurzaamheidsrapportage is onderdeel van het bestuursverslag. Het ontbreken of onjuist zijn daarvan raakt de deponeringsverplichting en kan leiden tot bestuurdersaansprakelijkheid, naast de handhaving door de toezichthouder.
Vragen over uw CSRD-verplichting?
Law & More beoordeelt of uw onderneming onder de CSRD en de taxonomieverordening valt, begeleidt de materialiteitsanalyse juridisch en toetst ketencontracten op informatieverplichtingen die verder gaan dan is toegestaan. Onze advocaten in Eindhoven en Amsterdam adviseren u graag. Neem gerust contact met ons op.



