Duurzaamheidsrecht

Internationaal klimaatraamwerk: van Kyoto tot het Parijsakkoord

International climate framework

Het internationale klimaatraamwerk bestaat uit drie lagen: het VN-Klimaatverdrag van 1992, het Kyoto Protocol van 1997 en het Parijsakkoord van 2015. Deze verdragen binden staten, niet rechtstreeks ondernemingen. Hun betekenis voor uw organisatie loopt via de Europese Klimaatwet, het emissiehandelssysteem en de Nederlandse Klimaatwet. Daarnaast gebruiken rechters de verdragen om open normen in te vullen, zoals de maatschappelijke zorgvuldigheid. Hieronder staan de drie lagen op een rij, met de uitvoering sinds 2015.

Het korte antwoord

  • Het VN-Klimaatverdrag (UNFCCC) uit 1992 legt het doel en de spelregels vast, zonder harde reductiecijfers.
  • Het Kyoto Protocol legde voor het eerst kwantitatieve verplichtingen op aan industrielanden.
  • Het Parijsakkoord werkt met nationaal bepaalde bijdragen (NDC's) en een global stocktake: de eerste werd in 2023 afgerond, de tweede loopt van 2026 tot 2028.
  • Op COP28 (2023) werd voor het eerst afgesproken over te gaan op een transitie weg van fossiele brandstoffen; op COP29 (2024) volgden een nieuw financieringsdoel en de regels voor artikel 6.
  • De EU zet deze afspraken om in bindend recht; Nederland verankerde de EU-doelen in de Klimaatwet: 55 procent reductie in 2030 en klimaatneutraliteit in 2050.
  • Voor bedrijven werken de verdragen vooral indirect door, via vergunningen, emissiehandel, rapportage en aansprakelijkheid.

Laag 1: het VN-Klimaatverdrag van 1992

Het Raamverdrag van de Verenigde Naties inzake klimaatverandering werd in 1992 aangenomen en trad in 1994 in werking. Het kent een bijna universele deelname en bevat geen concrete reductiepercentages.

Het verdrag doet drie dingen. Het formuleert het einddoel: stabilisatie van de concentratie broeikasgassen op een niveau dat gevaarlijke verstoring van het klimaatsysteem voorkomt. Het legt beginselen vast, waaronder gemeenschappelijke maar gedifferentieerde verantwoordelijkheden. En het richt een institutionele structuur op, met de jaarlijkse Conferentie van Partijen (COP) als hoogste orgaan.

Die structuur is juridisch relevant: alle latere afspraken, inclusief Kyoto en Parijs, zijn erop gebouwd. COP-besluiten zijn doorgaans geen verdragen, maar geven wel uitleg aan verdragsverplichtingen.

Laag 2: het Kyoto Protocol

Het Kyoto Protocol werd in 1997 aangenomen en trad op 16 februari 2005 in werking. Het protocol legde bindende emissieplafonds op aan de geïndustrialiseerde landen in bijlage I. Voor de eerste verbintenisperiode 2008-2012 gold voor de toenmalige EU-lidstaten een gezamenlijke reductie van acht procent ten opzichte van 1990.

Kyoto introduceerde ook de flexibele mechanismen: internationale emissiehandel, het Clean Development Mechanism en Joint Implementation. Dat idee, reductie daar realiseren waar zij het goedkoopst is, ligt aan de basis van het huidige Europese emissiehandelssysteem.

Een tweede verbintenisperiode (2013-2020) werd geregeld via de Doha-wijziging, die pas aan het einde van die periode in werking trad. Het protocol bleef daarmee beperkt in bereik; het Parijsakkoord heeft de rol van Kyoto in de praktijk overgenomen.

Laag 3: het Parijsakkoord

Het Parijsakkoord werd op 12 december 2015 aangenomen en trad op 4 november 2016 in werking. Op 27 januari 2026 telde het akkoord 194 partijen.

Het akkoord verschilt fundamenteel van Kyoto: er staan geen landenspecifieke of opgelegde reductiecijfers in. In plaats daarvan geldt een collectief temperatuurdoel, de opwarming ruim onder twee graden houden met inspanningen gericht op 1,5 graad, en een cyclus van beloften, verantwoording en verscherping.

Nationaal bepaalde bijdragen

Elke partij moet elke vijf jaar een nationaal bepaalde bijdrage indienen en handhaven. De inhoud van de NDC bepaalt de staat zelf, maar het indienen, het actualiseren en het nastreven van binnenlandse maatregelen zijn wel verplicht.

Daarbij geldt een progressiebeginsel: elke opvolgende bijdrage moet ambitieuzer zijn dan de vorige. Het Internationaal Gerechtshof oordeelde in 2025 dat de vrijheid bij het opstellen van NDC's daarmee niet onbegrensd is.

In 2025 liep de ronde voor de periode tot 2035. Bij COP30 hadden meer dan 120 landen een nieuw plan ingediend, samen goed voor ongeveer 80 procent van de mondiale uitstoot. De Europese Unie diende haar geactualiseerde bijdrage op 5 november 2025 in. Daarin is een indicatieve reductie van 66,25 tot 72,5 procent in 2035 opgenomen, ten opzichte van 1990.

De global stocktake

Elke vijf jaar wordt de collectieve voortgang beoordeeld. De eerste global stocktake werd afgerond op COP28 in Dubai, in december 2023. De uitkomst, vaak de UAE Consensus genoemd, stelde vast dat de collectieve inspanningen achterbleven bij het doel.

De stocktake beoordeelt geen individuele landen, maar het geheel; de uitkomst moet landen informeren bij hun volgende NDC. De tweede global stocktake loopt van 2026 tot 2028 en wordt in november 2028 afgerond.

De uitvoering sinds Parijs: de klimaattoppen

Sinds 2015 is het klimaatoverleg vooral uitvoering geworden. Elke top voegt bouwstenen toe: regels voor koolstofmarkten, afspraken over financiering, een mechanisme voor verlies en schade en een periodieke evaluatie.

  • COP24 Katowice — Jaar: 2018 — Belangrijkste uitkomst: Grotendeels afronding van het Paris Rulebook
  • COP26 Glasgow — Jaar: 2021 — Belangrijkste uitkomst: Glasgow Climate Pact; afbouw van ongefilterde kolenstroom; sectorale verklaringen over bossen en energie
  • COP27 Sharm el-Sheikh — Jaar: 2022 — Belangrijkste uitkomst: Besluit tot oprichting van een fonds voor verlies en schade
  • COP28 Dubai — Jaar: 2023 — Belangrijkste uitkomst: Eerste global stocktake; transitie weg van fossiele brandstoffen; verdrievoudiging hernieuwbare energie en verdubbeling energie-efficiëntie in 2030
  • COP29 Bakoe — Jaar: 2024 — Belangrijkste uitkomst: Nieuw financieringsdoel; afronding van de regels voor artikel 6
  • COP30 Belém — Jaar: 2025 — Belangrijkste uitkomst: Belém-pakket; adaptatie-indicatoren; mechanisme voor rechtvaardige transitie

Klimaatfinanciering

Het oude doel van 100 miljard dollar per jaar is op COP29 vervangen door een nieuw collectief doel. Dat doel bestaat uit twee lagen. De ontwikkelde landen nemen het voortouw bij minstens 300 miljard dollar per jaar tegen 2035. Daaromheen staat een bredere mobilisatie van 1,3 biljoen dollar per jaar tegen 2035, uit publieke en private bronnen.

Op COP30 werd afgesproken te streven naar een verdrievoudiging van de adaptatiefinanciering tegen 2035. Die afspraak kreeg geen basisjaar en geen vast bedrag, wat de toetsbaarheid beperkt maakt.

Koolstofmarkten en artikel 6

Op COP29 zijn na jaren onderhandelen de regels voor artikel 6 van het Parijsakkoord afgerond. Het gaat om twee routes: rechtstreekse samenwerking tussen landen en een centraal VN-mechanisme onder toezicht. Daarmee is een internationale basis ontstaan voor de handel in emissiereducties.

Dat is ook voor bedrijven relevant: de Europese Klimaatwet staat toe dat maximaal vijf procentpunt van het doel voor 2040 met internationale kredieten wordt ingevuld, waarmee kwaliteit en herkomst van die kredieten een juridisch thema worden.

Wij staan altijd klaar voor onze cliënten

Law & More heeft de beschikking over een toegewijd team van meertalige advocaten

De agenda na COP30

COP31 is belegd in Antalya, Turkije, in november 2026, met een nieuwe opzet: Turkije is gastheer en levert de voorzitter, terwijl Australië de onderhandelingen voorzit. Op de agenda staan de uitwerking van het mechanisme voor rechtvaardige transitie, de adaptatie-indicatoren en de financieringsafspraken. In dezelfde periode start de tweede global stocktake.

De stand van de uitvoering

Uit deze reeks toppen komen drie lijnen naar voren.

Er is een structureel gat tussen doel en plannen. De ingediende bijdragen leiden samen nog niet tot 1,5 graad. Op COP30 werd voor het eerst in een slottekst erkend dat een tijdelijke overschrijding van 1,5 graad waarschijnlijk is.

De harde afspraken verschuiven naar het regionale niveau. De VN-teksten zijn in hoge mate politiek. De juridisch afdwingbare verplichtingen zitten in EU-recht en nationaal recht. Denk aan de Europese Klimaatwet met het doel van 90 procent in 2040, het emissiehandelssysteem en de Nederlandse Klimaatwet.

Het juridische gewicht van de afspraken neemt toe langs een andere weg. Het Internationaal Gerechtshof oordeelde in juli 2025 dat staten ook buiten de klimaatverdragen om verplichtingen hebben. Daarmee krijgen de politieke afspraken meer betekenis in procedures.

Doorwerking in het EU-recht

De EU is zelf partij bij alle drie de verdragen en zet de afspraken om in verordeningen en richtlijnen die rechtstreeks of via implementatie doorwerken.

De kern is de Europese Klimaatwet, Verordening (EU) 2021/1119. Die verordening maakt klimaatneutraliteit in 2050 juridisch bindend en legt een tussendoel van 55 procent netto reductie in 2030 vast, ten opzichte van 1990.

Op 11 maart 2026 is de Klimaatwet gewijzigd bij Verordening (EU) 2026/667. Daarmee is een tussendoel voor 2040 toegevoegd: 90 procent netto reductie ten opzichte van 1990. Van die reductie mag maximaal vijf procentpunt worden ingevuld met internationale koolstofkredieten. De verordening trad op 7 april 2026 in werking.

Daaronder hangt het instrumentarium: de herziene emissiehandelsrichtlijn, de verordening lastenverdeling, de LULUCF-verordening en het koolstofgrensmechanisme CBAM. Voor ondernemingen komen daar rapportageverplichtingen bij, zoals de CSRD en de daarop gebaseerde ESG-rapportage.

Doorwerking in het Nederlandse recht

Nederland kent sinds 2019 een eigen Klimaatwet. Die wet is in 2023 gewijzigd om de Europese Klimaatwet te implementeren. Sindsdien luiden de doelen: 55 procent netto reductie in 2030 ten opzichte van 1990, en klimaatneutraliteit in 2050.

De Klimaatwet is vooral een kaderwet. Zij verplicht niet direct burgers of bedrijven. Zij verplicht de regering tot een klimaatplan, een jaarlijkse klimaatnota en verantwoording. Het Planbureau voor de Leefomgeving publiceert jaarlijks de Klimaat- en Energieverkenning, die de verwachte uitstoot raamt.

Concrete verplichtingen voor bedrijven volgen uit andere regelgeving. Denk aan de emissievergunning, de energiebesparingsplicht en de vergunningen in het omgevingsrecht en het milieurecht. De directe relevantie van de VN-teksten is voor ondernemingen daarmee beperkt: de vertaling loopt via Brussel en Den Haag.

Waarom verdragen toch juridisch relevant zijn

Internationale verdragen werken in Nederland niet zonder meer rechtstreeks door; het Parijsakkoord bevat weinig bepalingen die een burger voor de rechter kan inroepen.

Toch hebben de verdragen juridisch gewicht: rechters gebruiken ze als maatstaf bij de uitleg van open normen. In de Urgenda-zaak vulde de Hoge Raad de positieve verplichtingen uit de artikelen 2 en 8 EVRM in, mede aan de hand van de internationale consensus. Ook het gerechtshof Den Haag betrok in 2024 de mensenrechtelijke context bij de zorgplicht van een onderneming.

Meer daarover leest u in ons overzicht van de klimaatrechtspraak en in ons artikel over mensenrechten en klimaatverandering.

Veelgestelde vragen

Is het Parijsakkoord juridisch bindend?
Het akkoord is een verdrag en bindt de partijen. De verplichtingen zijn echter grotendeels procedureel. Landen moeten een NDC indienen en nationale maatregelen nastreven. Het gekozen reductiecijfer is geen zelfstandig afdwingbare verdragsverplichting.

Wat gebeurt er als een land zijn NDC niet haalt?
Het Parijsakkoord kent geen sanctiemechanisme. Er is wel een transparantieraamwerk met rapportage en beoordeling. De druk is in de eerste plaats politiek. Nationale rechters kunnen wel op basis van nationaal recht of het EVRM toetsen.

Kan mijn onderneming rechtstreeks aan het Parijsakkoord worden gehouden?
Niet rechtstreeks. Het akkoord richt zich tot staten. Wel kan het akkoord meewegen bij de invulling van de maatschappelijke zorgvuldigheidsnorm en bij vergunningverlening.

Zijn de verklaringen van klimaattoppen juridisch bindend?
Meestal niet. Veel initiatieven zijn vrijwillige verklaringen van een groep landen of bedrijven. Zij kunnen wel meewegen bij de uitleg van open normen en bij de beoordeling van claims over duurzaamheid.

Wat betekent het vertrek van een grote partij uit het Parijsakkoord?
Het akkoord blijft gelden voor de overige partijen. Per 27 januari 2026 telde het akkoord 194 partijen. Voor de EU-verplichtingen verandert er niets.

Wat betekent het doel voor 2040 voor bedrijven?
Het doel van 90 procent in 2040 is in de eerste plaats een EU-doelstelling. De praktische gevolgen komen via aanscherping van het emissiehandelssysteem, sectorale wetgeving en rapportageverplichtingen.

Contact

Wilt u weten wat het internationale en Europese klimaatraamwerk betekent voor uw vergunningen, contracten of rapportage? Onze advocaten milieurecht adviseren over vergunningen, emissiehandel, rapportage en aansprakelijkheid. Neem gerust contact met ons op voor een eerste inschatting.

Law & More

Wilt u weten wat Law & More als advocatenkantoor voor u kan betekenen? Neem dan telefonisch contact op via +31 40 369 06 80 of ga naar de contact pagina voor meer informatie:

Law & More adviseert en procedeert waar duurzaamheidsverplichtingen uw onderneming raken: vergunningen, rapportage, ketenverantwoordelijkheid, contracten en claims. Mail ons kort uw vraag en wij nemen contact met u op.

Duurzaamheidsrecht
Scroll naar boven