Klimaatrechtspraak: zaken tegen staten en ondernemingen
- Home
- Duurzaamheidsrecht: het complete overzicht voor ondernemingen
- Klimaatrechtspraak: zaken tegen staten en ondernemingen
Klimaatrechtspraak: zaken tegen staten en ondernemingen
Klimaatrechtspraak is het geheel van procedures waarin klimaatverandering de kern van het geschil vormt. Het kent twee sporen: zaken tegen staten en zaken tegen ondernemingen. In beide draait het om dezelfde vraag. Wanneer is onvoldoende handelen onrechtmatig, terwijl geen specifieke wettelijke norm is overtreden? Tegen ondernemingen is de grondslag vrijwel altijd de onrechtmatige daad, vaak via een collectieve actie en naast procedures over misleidende duurzaamheidsclaims. De lijn is nog niet uitgekristalliseerd en verloopt niet altijd in het voordeel van eisers.
Het korte antwoord
- Tegen staten is de grondslag meestal het EVRM, in het bijzonder de artikelen 2 en 8; tegen ondernemingen de ongeschreven zorgvuldigheidsnorm van artikel 6:162 BW, vaak via een collectieve actie op grond van artikel 3:305a BW.
- Het gerechtshof Den Haag vernietigde op 12 november 2024 het Shell-vonnis; het percentage van 45 procent geldt niet meer. Een onderneming draagt wel een eigen verantwoordelijkheid, maar dat is iets anders dan een afdwingbaar reductiepercentage.
- Ontvankelijkheid en causaliteit blijven de grootste hobbels. Voor ondernemingen zit het risico vooral in de onderbouwing van eigen toezeggingen en de juistheid van hun communicatie.
Spoor 1: zaken tegen staten
Urgenda
Stichting Urgenda vorderde dat de Staat de uitstoot van broeikasgassen eind 2020 met minstens 25 procent zou verminderen ten opzichte van 1990. De Hoge Raad wees het cassatieberoep van de Staat af op 20 december 2019 (ECLI:NL:HR:2019:2006). Grondslag was de zorgplicht van de Staat, ingevuld met de positieve verplichtingen uit de artikelen 2 en 8 EVRM. Een staat kan zich niet verschuilen achter zijn beperkte aandeel in de mondiale uitstoot; elke staat draagt een eigen verantwoordelijkheid.
Het arrest markeerde ook de grens: de rechter schreef geen maatregelen voor, maar toetste het resultaat, met een ondergrens die de Staat zelf internationaal had onderschreven.
KlimaSeniorinnen
Op 9 april 2024 wees de Grote Kamer van het EHRM arrest in Verein KlimaSeniorinnen Schweiz tegen Zwitserland. Het Hof stelde een schending vast van artikel 8 EVRM en van artikel 6, eerste lid, EVRM wegens onvoldoende toegang tot de rechter, en formuleerde eisen aan het nationale klimaatkader: tijdig en samenhangend handelen, een adequaat wettelijk en bestuurlijk kader, kwantificering van de resterende uitstootruimte en tussentijdse doelen. Het argument dat de nationale bijdrage een druppel op een gloeiende plaat is, werd verworpen.
Even belangrijk is wat het Hof niet aanvaardde: de vier individuele klaagsters misten slachtofferstatus en werden niet-ontvankelijk verklaard, terwijl de vereniging wel werd toegelaten. Op dezelfde dag verklaarde het Hof de zaken Carême tegen Frankrijk en Duarte Agostinho niet-ontvankelijk. Deze verplichtingen van staten werken door in het ondernemingsspoor, omdat zij de open zorgvuldigheidsnorm mede inkleuren; wij behandelen ze afzonderlijk in ons artikel over de link tussen mensenrechten en klimaatverandering.
Het advies van het Internationaal Gerechtshof
Op 23 juli 2025 bracht het Internationaal Gerechtshof een unaniem adviserend oordeel uit over de verplichtingen van staten inzake klimaatverandering. De klimaatverdragen zijn niet de enige rechtsbron: ook het internationaal gewoonterecht en mensenrechtenverdragen gelden. Uit het gewoonterecht volgt een zorgvuldigheidsverplichting om grensoverschrijdende schade te voorkomen, inclusief het reguleren van private uitstoot.
Het Hof noemde 1,5 graad het leidende temperatuurdoel. Opvallend is de overweging dat de productie en het gebruik van fossiele brandstoffen, en het verlenen van vergunningen en subsidies daarvoor, kunnen onder omstandigheden een internationale onrechtmatige daad opleveren. Een adviserend oordeel is niet bindend en bindt ook Nederlandse rechters niet; de betekenis ligt in het gezag ervan bij de uitleg van open normen en in de verwachting dat het in nationale procedures wordt aangehaald.
Spoor 2: zaken tegen ondernemingen
Bij ondernemingen ontbreekt de mensenrechtelijke grondslag in directe zin: het EVRM richt zich tot staten. Eisers vallen terug op de onrechtmatige daad, waarvan de zorgvuldigheidsnorm vervolgens wel met mensenrechten en gedragsstandaarden wordt ingevuld.
Milieudefensie tegen Shell
De rechtbank Den Haag oordeelde op 26 mei 2021 dat Shell haar CO2-uitstoot in 2030 met 45 procent moest verminderen, voor scope 1, 2 en 3 gezamenlijk, dus de gehele waardeketen, gemeten vanaf 2019.
Het gerechtshof Den Haag vernietigde dat vonnis op 12 november 2024 (ECLI:NL:GHDHA:2024:2099) en wees de vorderingen af. De kern bevestigde het hof wel: bescherming tegen gevaarlijke klimaatverandering is een mensenrecht, en op Shell rust een zorgplicht om bij te dragen aan beperking van de opwarming. Die volgt uit de ongeschreven zorgvuldigheidsnorm, mede ingevuld door de artikelen 2 en 8 EVRM en internationaal aanvaarde gedragsnormen.
Toch legde het hof geen reductiepercentage op. Voor scope 1 en 2 achtte het een dreigende schending niet aannemelijk, gelet op de toezeggingen van Shell. Voor scope 3 erkende het de verantwoordelijkheid, maar wees het de vordering af: 45 procent was niet fijnmazig genoeg voor deze onderneming, en over een percentage voor een individuele onderneming bestaat geen wetenschappelijke consensus. Bovendien stond niet vast dat minder verkoop door Shell tot minder wereldwijde uitstoot leidt, omdat andere aanbieders die verkoop zouden overnemen; een bevel over scope 3 was daarom niet effectief. Over investeringen in nieuwe olie- en gasvelden overwoog het hof dat die op gespannen voet kunnen staan met de doelen van Parijs, maar het besliste daarover niet omdat dit niet afzonderlijk was gevorderd.
Milieudefensie stelde cassatie in; de zaak is bij de Hoge Raad aanhangig onder zaaknummer 25/00497 en de mondelinge behandeling was op 22 mei 2026. Zolang de Hoge Raad geen arrest heeft gewezen, is het oordeel van het hof de geldende lijn.
Wij staan altijd klaar voor onze cliënten
Law & More heeft de beschikking over een toegewijd team van meertalige advocatenMisleidende claims: Fossielvrij tegen KLM
De rechtbank Amsterdam oordeelde op 20 maart 2024 (ECLI:NL:RBAMS:2024:1512) dat KLM consumenten had misleid met duurzaamheidsclaims, onder meer over CO2-compensatie en duurzamere brandstoffen. Grondslag was de regeling voor oneerlijke handelspraktijken in artikel 6:193a e.v. BW.
Deze route is het meest tastbare risico op korte termijn: geen debat over reductiepaden, alleen over de vraag of een claim juist en onderbouwd is. Meer hierover in ons stuk over greenwashing en duurzaamheidsclaims.
De financiële sector: Milieudefensie tegen ING
In 2025 dagvaardde Milieudefensie ING over de uitstoot die samenhangt met haar financieringen. De rechtbank Amsterdam verklaarde Milieudefensie op 9 september 2026 ontvankelijk in de collectieve actie (ECLI:NL:RBAMS:2026:9098). Dat is een processuele beslissing, geen inhoudelijk oordeel; de inhoudelijke behandeling volgt later. De zaak toont dat ook de financiële sector in beeld is.
Wat deze zaken gemeen hebben
Rechters toetsen niet of de onderneming de wet overtrad, maar of zij handelde zoals in het maatschappelijk verkeer betaamt; een vergunning of naleefverklaring is dus geen volledig verweer. Het causaliteitsverweer werkt tot nu toe, en eigen toezeggingen zijn in elke procedure het eerste bewijsstuk.
Welke grondslagen worden tegen ondernemingen gebruikt?
- Onrechtmatige daad, artikel 6:162 BW. Schending van de ongeschreven zorgvuldigheidsnorm, ingevuld met de beste beschikbare klimaatwetenschap, mensenrechten en internationale gedragsstandaarden.
- Collectieve actie, artikel 3:305a BW. Belangenorganisaties vorderen een gebod of verklaring voor recht; de ontvankelijkheidstoets is een zelfstandig strijdpunt.
- Oneerlijke handelspraktijken, artikel 6:193a e.v. BW. Misleidende duurzaamheidsclaims richting consumenten.
- Contract en financieringsvoorwaarden. Toezeggingen in leveringscontracten, convenanten en kredietdocumentatie kunnen zelfstandig afdwingbaar zijn.
- Informatieverplichtingen. Onjuiste of onvolledige duurzaamheidsinformatie in verslaggeving kan een zelfstandige grondslag opleveren.
De rol van vrijwillige MVO-instrumenten
De OESO-richtlijnen voor multinationale ondernemingen, de UN Guiding Principles on Business and Human Rights en het UN Global Compact binden niet, maar hebben in klimaatzaken toch juridisch gewicht.
- Invulling van de open norm. De zorgvuldigheidsnorm is naar haar aard onbepaald; breed gedragen gedragsstandaarden maken concreet wat in het maatschappelijk verkeer betaamt.
- Eigen onderschrijving. Heeft uw onderneming een instrument publiek onderschreven, dan kan de wederpartij u daaraan houden.
- Consistentie-toets. Een afwijking tussen beleid op papier en handelen in de praktijk is het meest gebruikte aanknopingspunt in dagvaardingen.
Het omgekeerde geldt ook: een goed gedocumenteerde en consistent uitgevoerde aanpak versterkt uw verweer. Dat sluit aan op maatschappelijk verantwoord ondernemen.
De drempels: ontvankelijkheid en causaliteit
Veel zaken stranden voordat de rechter aan de inhoud toekomt.
- Belang en slachtofferstatus. Individuen moeten aantonen dat zij persoonlijk en op bijzondere wijze worden geraakt; collectieve acties via een stichting of vereniging zijn in Nederland vaak kansrijker.
- Toegang tot de Unierechter. In de zogenoemde People’s Climate Case verklaarde het Hof van Justitie het beroep tegen EU-klimaatwetgeving in 2021 niet-ontvankelijk: de eisers waren niet individueel geraakt in de zin van artikel 263 VWEU.
- Causaliteit. De bijdrage van één staat of één onderneming aan de mondiale opwarming is klein. Rechters kijken daarom niet naar de schade zelf, maar naar de bijdrage aan het risico.
- Effectiviteit. Het Shell-arrest laat zien dat een bevel ook moet helpen: een verbod dat de uitstoot enkel verplaatst, is geen effectieve maatregel.
Verweer: hoe ordent u uw positie?
Een verweer begint bij het dossier dat er al ligt voor de dagvaarding komt.
| Stap | Wat u doet |
|---|---|
| 1. Inventariseer toezeggingen | Verzamel alle publieke doelen, convenanten, keurmerken en contractuele beloften, en leg vast wie ze deed en wanneer. |
| 2. Toets de onderbouwing | Kan elke claim worden gestaafd met een methode, een basisjaar en verifieerbare data? |
| 3. Sluit beleid en praktijk aan | Corrigeer doelen die niet haalbaar zijn, in plaats van ze stil te laten staan. |
| 4. Beheers de communicatie | Laat marketinguitingen toetsen voordat zij verschijnen en vermijd absolute begrippen zonder uitleg. |
| 5. Verbind rapportage en verweer | Zorg dat uw CSRD-verslaggeving en ESG-rapportage hetzelfde beeld geven als uw externe communicatie. |
| 6. Leg het dossier vast | Documenteer afwegingen en besluiten; in een procedure telt wat u destijds wist en deed. |
Wat dit betekent voor de zorgvuldigheidsnorm
De zorgplicht zelf is niet meer omstreden: zowel de Hoge Raad als het gerechtshof Den Haag aanvaardt dat klimaatverandering een verplichting meebrengt, ook zonder specifieke wettelijke norm. Het geschil verschuift naar de invulling, en die is voor staten scherper dan voor ondernemingen.
Daarmee neemt het belang van harde documentatie toe. Transitieplannen, doelen en onderbouwing worden juridisch relevant, en verplichtingen uit de CSRD en de daarop gebaseerde ESG-rapportage leveren het materiaal waarmee een rechter later kan toetsen.
Veelgestelde vragen
Geldt de eis van 45 procent uit het Shell-vonnis nog, en kan een rechter mijn onderneming een percentage opleggen?
Nee. Het gerechtshof Den Haag vernietigde dat vonnis op 12 november 2024 en legde geen percentage op: dat moet fijnmazig op de betrokken onderneming zijn toegesneden. Op Shell rust wel een zorgplicht. De zaak ligt in cassatie, dus de lijn kan nog wijzigen.
Geldt dit alleen voor grote ondernemingen?
Nee, de zorgvuldigheidsnorm kent geen omvangsdrempel. Omvang en invloed wegen wel mee bij wat van u kan worden gevergd, en de claimroute via oneerlijke handelspraktijken raakt ondernemingen van elke omvang.
Is het veiliger om geen klimaatdoelen te publiceren?
Zwijgen beschermt niet: het neemt de zorgvuldigheidsnorm niet weg en rapporteren kan zelfstandig verplicht zijn. Beter zijn doelen die u kunt onderbouwen en nakomen.
Kan een stichting namens burgers een klimaatzaak beginnen?
In Nederland kan dat via een collectieve actie op grond van artikel 3:305a BW. De stichting moet wel aan wettelijke eisen voldoen op het punt van doelstelling, bestuur en representativiteit.
Contact
Wordt uw organisatie aangesproken op haar klimaatbeleid, of wilt u uw toezeggingen en communicatie vooraf laten toetsen? Onze advocaten milieurecht adviseren over zorgplicht, procesrisico en milieurecht. Neem gerust contact op met Law & More in Eindhoven of Amsterdam.
- Milieurecht
- Omgevingsrecht
- Internationaal klimaatraamwerk
- De internationale duurzaamheidsdiscussie
- De Europese Green Deal
- Emissierechten
- Innovatie
- Biodiversity (CBD)
- Handel in bedreigde dier- en plantensoorten
- Handelsrecht
- Consumentenrecht
- Maatschappelijk verantwoord ondernemen
- Duurzaamheidsclausules in commerciële contracten
- Financiering
- De Energie-Investeringsaftrek
- Het kartelverbod en duurzaamheid
Contact
Adres
De Zaale 11
5612 AJ Eindhoven
Nederland
Wilt u weten wat Law & More als advocatenkantoor voor u kan betekenen?
Neem dan telefonisch contact op via +31 40 369 06 80 of ga naar de contact pagina voor meer informatie: