Milieurecht
Milieurecht
Het milieurecht bepaalt hoeveel uw onderneming de leefomgeving mag belasten. Het stelsel is Europees van oorsprong en Nederlands in de uitvoering. Sinds 1 januari 2024 staan de regels voor activiteiten in de Omgevingswet en het Besluit activiteiten leefomgeving. Het begrip inrichting is vervallen; de wet knoopt aan bij de milieubelastende activiteit. Naast concrete regels geldt altijd een specifieke zorgplicht.
Het korte antwoord
Voor uw onderneming zijn vier vragen bepalend:
- Verricht u een milieubelastende activiteit die in het Besluit activiteiten leefomgeving is aangewezen?
- Geldt daarvoor een vergunningplicht, of volstaan algemene rijksregels en een melding?
- Welke grenswaarden gelden voor uw emissies naar lucht, water en bodem?
- Werkt u met zeer zorgwekkende stoffen, en zo ja: voldoet u aan de minimalisatieplicht?
De antwoorden bepalen uw vergunningtraject, uw meet- en registratieverplichtingen en uw risico bij toezicht.
Europees en nationaal milieurecht
Het meeste Nederlandse milieurecht komt voort uit Europese richtlijnen en verordeningen. Richtlijnen worden omgezet in Nederlandse regels. Verordeningen, zoals REACH en de CLP-verordening, werken rechtstreeks.
Enkele kaders die in de praktijk het zwaarst wegen:
- Richtlijn industriële emissies. Zij stelt eisen aan grote installaties. De herziening, Richtlijn (EU) 2024/1785, moest uiterlijk 1 juli 2026 zijn omgezet. Het Nederlandse implementatiewetsvoorstel is in 2026 aangenomen door de Tweede Kamer en ligt bij de Eerste Kamer.
- Kaderrichtlijn Water. Doeljaar is 2027. Dat leidt tot scherpere toetsing van lozingen en onttrekkingen, en tot druk op bestaande vergunningen.
- Kaderrichtlijn afvalstoffen. Hieruit volgt de afvalhiërarchie: preventie gaat voor hergebruik, hergebruik voor recycling, recycling voor verbranding en storten.
- Klimaatkader. De Klimaatwet legt vast dat Nederland in 2050 klimaatneutraal is. Emissiehandel is geregeld in hoofdstuk 16 van de Wet milieubeheer.
Wij staan altijd klaar voor onze cliënten
Law & More heeft de beschikking over een toegewijd team van meertalige advocatenNationaal is het zwaartepunt verschoven naar de Omgevingswet. In de Wet milieubeheer bleven onder meer staan: stoffen en producten, afvalstoffen, emissiehandel, openbaarheid van milieu-informatie en de milieuaansprakelijkheid van titel 17.2.
Vergunningplicht of algemene regels
Het oude onderscheid tussen bedrijven van type A, B en C bestaat niet meer. Het begrip inrichting is vervallen en de melding uit het Activiteitenbesluit is verdwenen. De wet knoopt nu aan bij de activiteit.
Voor de meeste milieubelastende activiteiten gelden rechtstreeks werkende rijksregels uit het Besluit activiteiten leefomgeving. Vaak hoort daarbij een meldings- of informatieplicht. Voor aangewezen gevallen geldt daarnaast een vergunningplicht. Hoofdstuk 3 van dat besluit wijst die gevallen aan.
Twee aandachtspunten. Ten eerste is de vergunningplicht activiteitgericht. Op één locatie kunnen verschillende activiteiten verschillende regimes kennen. Ten tweede kan de gemeente in het omgevingsplan aanvullende regels stellen. Beoordeel daarom altijd beide sporen.
De specifieke zorgplicht
Naast de concrete regels geldt de specifieke zorgplicht van artikel 2.11 van het Besluit activiteiten leefomgeving. Wie weet of redelijkerwijs kan vermoeden dat zijn activiteit nadelige gevolgen heeft, moet maatregelen nemen. Die plicht kent drie niveaus: voorkomen, en als dat niet kan beperken of ongedaan maken, en zo nodig de activiteit achterwege laten.
De zorgplicht is zelfstandig handhaafbaar. U kunt dus een last onder dwangsom krijgen terwijl u alle concrete voorschriften naleeft. In de praktijk gaat het vaak om goed beheer, onderhoud en het voorkomen van voorzienbare incidenten.
Emissies naar lucht, water en bodem
Voor vergunningplichtige activiteiten geldt dat de beste beschikbare technieken moeten worden toegepast. Voor grote industriële installaties zijn die uitgewerkt in Europese BBT-conclusies, met bijbehorende emissieniveaus. Na publicatie van nieuwe BBT-conclusies moet het bevoegd gezag de vergunning van een IPPC-installatie binnen vier jaar toetsen en zo nodig aanpassen. De installatie moet binnen die termijn voldoen.
Voor water geldt de lozingsactiviteit als apart spoor. Lozen op een rijkswater, op een regionaal water of op de riolering kent elk een eigen bevoegd gezag en eigen regels. Voor bodem gelden zorgplichten en regels voor graven, saneren en het toepassen van grond. Bij bodembedreigende activiteiten horen bodembeschermende voorzieningen en, afhankelijk van de situatie, een nulsituatie- en eindsituatieonderzoek.
Afvalstoffen
Kernvraag is of een materiaal een afvalstof is. Dat bepaalt of het afvalregime geldt, en wie het mag ontvangen en verwerken. Daarnaast spelen de vragen of sprake is van een bijproduct en wanneer de afvalfase eindigt.
Het Circulair Materialenplan is op 30 december 2025 in werking getreden en vervangt het Landelijk Afvalbeheerplan. Het besteedt meer aandacht aan de fasen vóór het afvalstadium, zoals ontwerp, productie en hergebruik. Bevoegde gezagen moeten het plan betrekken bij besluiten over afval, ook bij vergunningaanvragen die vóór die datum zijn ingediend maar daarna worden beslist. Daarnaast gelden regels over producentenverantwoordelijkheid en over grensoverschrijdend afvaltransport.
Zeer zorgwekkende stoffen en PFAS
Voor zeer zorgwekkende stoffen, afgekort ZZS, geldt een minimalisatieplicht. U moet emissies naar lucht en water zoveel mogelijk voorkomen en anders zoveel mogelijk beperken. Bij aangewezen vergunningplichtige activiteiten hoort daarbij een vermijdings- en reductieprogramma. Dat programma moet eens in de vijf jaar aan het bevoegd gezag worden gerapporteerd. De regels staan in paragraaf 5.4.3 van het Besluit activiteiten leefomgeving.
Sinds 14 november 2024 zijn alle PFAS in Nederland aangemerkt als zeer zorgwekkende stof. Daarmee geldt de minimalisatieplicht ook voor deze hele stofgroep. Voor bedrijven betekent dat drie dingen: uw ZZS-inventarisatie moet actueel zijn, uw emissies moeten in beeld zijn, en uw reductieprogramma moet aantoonbaar zijn. Houd er rekening mee dat uw vergunning hierop kan worden geactualiseerd.
Handhaving
Toezicht ligt meestal bij de omgevingsdienst, namens de gemeente of de provincie. Het bevoegd gezag beschikt over verschillende instrumenten:
- de last onder dwangsom, gericht op het beëindigen of ongedaan maken van een overtreding;
- de last onder bestuursdwang, waarbij het bestuur zelf kan ingrijpen en de kosten verhaalt;
- intrekking van de omgevingsvergunning;
- de bestuurlijke boete, in de gevallen die de wet aanwijst.
Daarnaast is strafrechtelijke handhaving mogelijk. Overtreding van een aantal bepalingen is aangemerkt als economisch delict in de Wet op de economische delicten. Bestuursrechtelijke en strafrechtelijke trajecten kunnen naast elkaar lopen.
Aansprakelijkheid voor milieuschade
Bij een ongewoon voorval moet u het bevoegd gezag onverwijld informeren en maatregelen treffen. Die verplichting staat in afdeling 19.1 van de Omgevingswet.
Voor ernstige gevallen geldt daarnaast titel 17.2 van de Wet milieubeheer, de uitwerking van de Europese milieuaansprakelijkheidsrichtlijn. Die regeling ziet op schade aan beschermde soorten en natuurlijke habitats, op wateren en op bodemverontreiniging met een aanmerkelijk risico voor de gezondheid. Voor aangewezen risicovolle activiteiten geldt risicoaansprakelijkheid, voor andere activiteiten schuldaansprakelijkheid. Aansprakelijk is de exploitant, dus degene met feitelijke zeggenschap over de activiteit. De kosten van preventie en herstel kunnen op hem worden verhaald.
Los daarvan staat de civiele aansprakelijkheid. Omwonenden of afnemers kunnen een vordering uit onrechtmatige daad instellen op grond van artikel 6:162 BW. Voor gevaarlijke stoffen kent artikel 6:175 BW een risicoaansprakelijkheid voor de bedrijfsmatige gebruiker. Een vergunning vrijwaart u niet van die aansprakelijkheid.
Veelgestelde vragen
Is mijn oude milieuvergunning nog geldig?
Ja. Op grond van het overgangsrecht geldt uw vergunning voor een Wm-inrichting als omgevingsvergunning voor een milieubelastende activiteit. De oude voorschriften blijven gelden. Een deel ervan geldt voortaan als maatwerkvoorschrift, afhankelijk van de activiteiten waarop het ziet.
Moet ik nog een melding Activiteitenbesluit doen?
Nee. Het Activiteitenbesluit is vervallen. Afhankelijk van uw activiteit geldt nu een melding of een informatieplicht op grond van het Besluit activiteiten leefomgeving.
Mag ik in mijn communicatie claimen dat mijn proces schoon is?
Alleen als de claim juist, concreet en onderbouwd is. Zie onze pagina over greenwashing en duurzaamheidsclaims.
Contact
Heeft u te maken met een vergunningtraject, een controlebezoek of een handhavingsbrief? Onze milieurecht advocaten beoordelen uw positie en uw termijnen. Voor vergunningen en het omgevingsplan werken wij samen met onze omgevingsrecht advocaat. Wilt u een besluit aanvechten, lees dan eerst over bezwaar tegen een omgevingsvergunning. Speelt uw milieuprestatie ook in uw CSRD-rapportage of bredere ESG-rapportage, dan stemmen wij die verhalen op elkaar af. Neem gerust contact met ons op.
- Omgevingsrecht
- Internationaal klimaatraamwerk
- Klimaatrechtspraak
- De internationale duurzaamheidsdiscussie
- De Europese Green Deal
- Emissierechten
- Innovatie
- Biodiversity (CBD)
- Handel in bedreigde dier- en plantensoorten
- Handelsrecht
- Consumentenrecht
- Maatschappelijk verantwoord ondernemen
- Duurzaamheidsclausules in commerciële contracten
- Financiering
- De Energie-Investeringsaftrek
- Het kartelverbod en duurzaamheid
Contact
Adres
De Zaale 11
5612 AJ Eindhoven
Nederland
Wilt u weten wat Law & More als advocatenkantoor voor u kan betekenen?
Neem dan telefonisch contact op via +31 40 369 06 80 of ga naar de contact pagina voor meer informatie: