Kernenergie en aardgas als duurzame belegging: kritiek, risico en claimrecht
De opname van aardgas en kernenergie in de EU-taxonomie leidde tot aanhoudende kritiek van beleggers, banken en maatschappelijke organisaties. Die kritiek is juridisch niet geslaagd: het Gerecht van de Europese Unie liet het instrument in september 2025 in stand. Voor de beleggingspraktijk is de vraag daarmee niet weg. Zij is verschoven. Een fonds dat taxonomiecijfers presenteert, moet uitleggen wat die cijfers omvatten. Wie dat niet doet, loopt vanaf 27 september 2026 een aanzienlijk claimrisico.
Het korte antwoord
- Taxonomieconform is niet hetzelfde als duurzaam in de zin van een beleggingsstrategie of een fondsnaam.
- Beleggers mogen gas en kernenergie uitsluiten, ook als die taxonomieconform zijn.
- Fondsen moeten apart zichtbaar maken welk deel van hun taxonomiecijfers uit gas en kernenergie komt.
- Vanaf 27 september 2026 gelden strengere regels tegen misleidende duurzaamheidsclaims richting consumenten.
- De SFDR staat aan de vooravond van een herziening naar productcategorieen met drempels.
De kritiek in het kort
De kritiek kwam uit drie hoeken.
Nederlandse financiele instellingen, waaronder Triodos, de Volksbank, ASR, Achmea en Actiam, spraken zich uit tegen opname. Hun bezwaar was dat de geloofwaardigheid van het label eronder lijdt. Een instrument dat bedoeld is om onderscheid te maken, verliest zijn functie als de grenzen oprekken.
Een tweede lijn van kritiek betrof het beginsel dat een activiteit geen ernstige afbreuk mag doen aan andere milieudoelstellingen. Bij kernenergie gaat het om langdurige berging van radioactief afval. Bij gas gaat het om blijvende uitstoot gedurende de levensduur.
Een derde lijn was politiek. Lidstaten stonden tegenover elkaar, waarbij vooral Frankrijk en Duitsland uiteenlopende belangen hadden. Oostenrijk stapte naar de rechter.
Over de inhoud van het instrument en de afloop van die procedure leest u meer op onze pagina over de taxonomieverordening.
Wat dit betekent voor beleggers
Een taxonomiepercentage is een meetgetal, geen keurmerk. Het geeft aan welk deel van de omzet, investeringsuitgaven of operationele uitgaven van een onderneming aan de criteria voldoet.
Daaruit volgen drie praktische gevolgen.
- Kijk naar de samenstelling, niet naar het totaal. Twee fondsen met hetzelfde percentage kunnen een volstrekt andere inhoud hebben.
- Controleer de aparte opgave. Fondsen moeten zichtbaar maken welk deel betrekking heeft op gas en kernenergie.
- Toets uw eigen uitgangspunten. Wie deze bronnen wil uitsluiten, moet dat expliciet vastleggen in het beleggingsbeleid en in het mandaat.
Voor institutionele beleggers geldt daarnaast dat toezichthouders scherper letten op de vraag of het gevoerde beleid overeenkomt met de gepresenteerde uitgangspunten. De Autoriteit Financiele Markten heeft duurzaamheidsclaims al enkele jaren als toezichtsprioriteit benoemd.
Wie een duurzaamheidsclaim doet over een fonds
Hier zit het grootste juridische risico. Een claim is niet beperkt tot de wettelijk voorgeschreven documenten. Ook een website, een factsheet, een nieuwsbrief of een fondsnaam kan een claim zijn.
Drie normen lopen door elkaar.
De eerste is de SFDR. Die verordening verplicht tot informatieverstrekking over de wijze waarop duurzaamheidsrisico’s worden meegewogen, en over ecologische of sociale kenmerken en duurzame beleggingsdoelstellingen. De informatie moet correct, duidelijk en niet misleidend zijn.
De tweede is de fondsnaam. De Europese toezichthouder ESMA heeft richtsnoeren gepubliceerd over het gebruik van ESG- en duurzaamheidstermen in fondsnamen. Kern daarvan is dat ten minste tachtig procent van de beleggingen moet aansluiten bij de gepromote kenmerken of doelstelling. De richtsnoeren gelden sinds eind 2024, met een overgangstermijn voor bestaande fondsen die in mei 2025 afliep.
De derde is het algemene consumentenrecht. Vanaf 27 september 2026 gelden strengere regels op grond van richtlijn (EU) 2024/825. Algemene milieuclaims zonder aantoonbare uitmuntende prestatie zijn dan verboden. Hetzelfde geldt voor claims over klimaatneutraliteit die uitsluitend op compensatie berusten, en voor duurzaamheidskeurmerken zonder onafhankelijke certificering.
Die richtlijn is in Nederland verwerkt in het Burgerlijk Wetboek, in de bepalingen over oneerlijke handelspraktijken. De Autoriteit Consument en Markt houdt toezicht. Zie greenwashing en duurzaamheidsclaims en consumentenrecht.
De verhouding tussen taxonomie, SFDR en claimrecht
| Regel | Wat zij doet | Waar zij u niet tegen beschermt |
| Taxonomieverordening | Meet of een activiteit aan technische criteria voldoet | Zegt niets over de vraag of uw claim begrijpelijk is |
| SFDR | Verplicht tot informatieverstrekking op entiteits- en productniveau | Legt geen minimumkwaliteit op aan de belegging zelf |
| ESMA-richtsnoeren fondsnamen | Stelt drempels aan het gebruik van ESG-termen in de naam | Ziet niet op uitingen buiten de naam |
| Richtlijn 2024/825 | Verbiedt misleidende claims richting consumenten | Biedt geen rechtvaardiging omdat u aan de SFDR voldoet |
Het verweer dat een fonds formeel aan de SFDR voldoet, is dus geen antwoord op het verwijt dat een uiting misleidend was. Beide normen gelden naast elkaar.
De aanstaande herziening van de SFDR
Eind 2025 heeft de Europese Commissie een voorstel gepresenteerd om de SFDR ingrijpend te herzien. De kern is een verschuiving van informatieverstrekking naar productcategorieen met minimumdrempels en uitsluitingen.
Het voorstel is nog niet vastgesteld. Het doorloopt de gewone wetgevingsprocedure tussen Parlement en Raad. De huidige indeling wordt op termijn vervangen. Die indeling onderscheidt nu producten die ecologische of sociale kenmerken promoten van producten met een duurzame beleggingsdoelstelling.
Voor de praktijk betekent dit vooral dat u uw productdocumentatie niet als afgerond moet beschouwen. Zie ook financiering en ESG-rapportage.
Van kritiek naar procesrisico
De inhoudelijke kritiek is juridisch niet gehonoreerd. Dat verlegt het risico van het instrument naar de communicatie erover.
Het patroon is inmiddels herkenbaar. Een aanbieder presenteert een hoog taxonomiepercentage. Een belegger of een belangenorganisatie vraagt de onderbouwing op. Blijkt een substantieel deel uit gas of kernenergie te komen zonder dat dit duidelijk is vermeld, dan ontstaat het verwijt van misleiding.
Dat verwijt raakt drie zaken tegelijk: het toezicht, de contractuele relatie met de belegger, en de reputatie. Van die drie is de contractuele relatie juridisch vaak het zwaarst. Een mandaat dat uitsluiting voorschrijft, is een harde afspraak.
Praktische aanbevelingen
- Leg per uiting vast waarop de claim berust en wie de onderbouwing bewaart.
- Vermijd absolute termen zoals groen, klimaatneutraal of duurzaam zonder concrete afbakening.
- Maak de aparte blootstelling aan gas en kernenergie actief zichtbaar, ook in marketingmateriaal.
- Controleer of fondsnaam, prospectus, website en beleggingsbeleid hetzelfde zeggen.
- Leg uitsluitingen contractueel vast in mandaten en beheerovereenkomsten.
Veelgestelde vragen
Mag ik gas en kernenergie uitsluiten in mijn portefeuille?
Ja. De taxonomie schrijft geen beleggingen voor. Zij meet alleen. U bepaalt zelf uw uitsluitingsbeleid.
Is een taxonomieconform fonds automatisch duurzaam?
Nee. Taxonomieconformiteit ziet op technische criteria per activiteit. Het zegt niets over het karakter van het fonds als geheel.
Wie kan mij aanspreken op een onjuiste claim?
De toezichthouder kan handhaven. Daarnaast kunnen beleggers, consumenten en belangenorganisaties civiele vorderingen instellen.
Wilt u weten of uw fondsdocumentatie en uitingen de toets doorstaan? Neem contact op met Law & More. Wij toetsen uw claims aan de SFDR, de taxonomie en het consumentenrecht.



