What is the link between human rights and climate change?

Mensenrechten en klimaatverandering: de verplichtingen van staten

Klimaatverandering is niet langer alleen een beleidsvraag. Rechters beoordelen klimaatbeleid inmiddels aan de hand van mensenrechten. Het Europees Hof voor de Rechten van de Mens oordeelde in 2024 over artikel 8 EVRM. Die bepaling omvat een recht op effectieve bescherming tegen ernstige gevolgen van klimaatverandering. Het Internationaal Gerechtshof bevestigde in 2025 dat staten bindende verplichtingen hebben. In Nederland leidde dat in Urgenda en in de Bonaire-zaak tot concrete bevelen aan de Staat.

Het korte antwoord

Mensenrechten werken op twee manieren door. Zij geven burgers een aanknopingspunt om onvoldoende klimaatbeleid voor de rechter te brengen. En zij vullen de beoordelingsmaatstaf in. De rechter toetst of de staat een toereikend reductiepad heeft vastgelegd en uitvoert, gelet op de beste beschikbare wetenschap.

De staat behoudt beleidsvrijheid in de keuze van middelen. Die vrijheid is kleiner waar het gaat om het vaststellen van doelen en tussendoelen.

Welke rechten raakt klimaatverandering?

In de Europese rechtspraak staan twee bepalingen centraal. Artikel 2 EVRM beschermt het recht op leven. Artikel 8 EVRM beschermt het privéleven, het familieleven en de woning. Uit beide bepalingen vloeien positieve verplichtingen voort. De staat moet actief maatregelen nemen tegen reële en onmiddellijke risico’s die hij kent of behoort te kennen.

Daarnaast speelt het discriminatieverbod een rol. Ongelijke bescherming van groepen die extra kwetsbaar zijn, kan zelfstandig onrechtmatig zijn.

Het internationale kader

  • UNFCCC, Kyotoprotocol en de Overeenkomst van Parijs (2015). De preambule van het Parijsakkoord roept partijen op hun mensenrechtenverplichtingen te eerbiedigen bij klimaatmaatregelen, met aandacht voor kwetsbare groepen en inheemse volken.
  • VN-Mensenrechtenraad, resolutie 48/13 (2021). Erkenning van een recht op een schoon, gezond en duurzaam leefmilieu.
  • VN Algemene Vergadering, resolutie A/RES/76/300 (28 juli 2022). Dezelfde erkenning op mondiaal niveau. Beide resoluties zijn niet bindend, maar wegen mee bij de uitleg van bestaande verdragen.

EHRM: KlimaSeniorinnen, 9 april 2024

De Grote Kamer van het EHRM oordeelde in Verein KlimaSeniorinnen Schweiz e.a. tegen Zwitserland dat Zwitserland artikel 8 EVRM had geschonden. Het Hof las in die bepaling een recht op effectieve bescherming door de overheid. Die bescherming ziet op ernstige gevolgen van klimaatverandering voor leven, gezondheid, welzijn en levenskwaliteit.

Zwitserland had nagelaten een toereikend regelgevend kader vast te stellen. Het ontbrak aan een koolstofbudget of gelijkwaardige kwantificering van het nationale reductiepad, en eerdere doelen waren niet gehaald. Ook artikel 6 EVRM was geschonden, omdat de nationale rechter de zaak op processuele gronden had afgedaan zonder inhoudelijke beoordeling.

Het Hof verklaarde op dezelfde dag twee andere zaken niet-ontvankelijk. In Carême tegen Frankrijk ontbrak de slachtofferstatus. In Duarte Agostinho e.a. wees het Hof de constructie van extraterritoriale rechtsmacht over 32 andere staten af. Tegenover Portugal waren de nationale rechtsmiddelen niet uitgeput.

De praktische les is tweeledig. De drempel voor natuurlijke personen is hoog; verenigingen die getroffen personen vertegenwoordigen hebben een ruimere toegang. En de klacht moet eerst nationaal worden gevoerd.

Internationaal Gerechtshof, advies van 23 juli 2025

Het Internationaal Gerechtshof bracht op verzoek van de Algemene Vergadering een advies uit over de verplichtingen van staten inzake klimaatverandering. De kern is dat staten bindende verplichtingen hebben. Die volgen uit de klimaatverdragen en uit internationaal gewoonterecht, waaronder de plicht milieuschade te voorkomen.

Schending van die verplichtingen levert een internationaal onrechtmatige daad op. Daaraan kunnen gevolgen worden verbonden zoals beëindiging van de schending, garanties dat zij zich niet herhaalt, en schadevergoeding. Het Hof legde daarbij een verband met mensenrechten en met een schoon, gezond en duurzaam leefmilieu.

Een advies is formeel niet bindend. Het gezag ervan is groot: nationale rechters gebruiken het bij de uitleg van open normen.

Inter-Amerikaans Hof, advies 32/25 van 3 juli 2025

Het Inter-Amerikaans Hof voor de Rechten van de Mens bracht op verzoek van Chili en Colombia een advies uit over de klimaatnoodsituatie. Het Hof formuleerde een verzwaarde zorgvuldigheidsstandaard voor staten en erkende een recht op een gezond klimaat. Het Hof benoemde ook de plicht van staten om wetgeving te treffen die schendingen door private ondernemingen voorkomt.

Dit advies bindt Nederland niet. Het is wel een indicatie van een bredere internationale lijn, waarin klimaat en mensenrechten structureel aan elkaar worden gekoppeld.

Nederland: Urgenda en Bonaire

In de Urgenda-zaak oordeelde de Hoge Raad op 20 december 2019 (ECLI:NL:HR:2019:2006). De Staat moest de broeikasgasuitstoot eind 2020 met ten minste 25 procent verminderen ten opzichte van 1990. De grondslag lag in de artikelen 2 en 8 EVRM. Het arrest maakte duidelijk dat de rechter een ondergrens kan vaststellen zonder op de stoel van de wetgever te gaan zitten.

Op 28 januari 2026 oordeelde de rechtbank Den Haag in de Bonaire-zaak (ECLI:NL:RBDHA:2026:1344) dat de Staat de inwoners van Bonaire onvoldoende beschermt tegen klimaatverandering. De rechtbank baseerde zich op de artikelen 8 en 14 EVRM en op artikel 1 van het Twaalfde Protocol bij het EVRM. De Staat moet onder meer bindende reductiedoelen wettelijk verankeren en een adaptatieplan voor Bonaire opstellen en uitvoeren. De Staat heeft hoger beroep ingesteld, zodat de uitspraak nog niet onherroepelijk is.

Wat dit betekent voor de praktijk

Voor staten is de richting duidelijk. Doelen moeten kwantificeerbaar zijn, wettelijk verankerd en daadwerkelijk worden uitgevoerd. Enkel beleidsvoornemens volstaan niet.

Voor ondernemingen werkt dit indirect door. Rechters gebruiken mensenrechtelijke overwegingen mede bij de invulling van de ongeschreven zorgvuldigheidsnorm in civiele procedures. Die lijn en de bijbehorende aansprakelijkheidsvragen behandelen wij afzonderlijk in ons stuk over klimaatzaken tegen ondernemingen. Zie daarnaast ons overzicht van maatschappelijk verantwoord ondernemen. Voor vergunningen, normstelling en handhaving verwijzen wij naar onze milieurecht advocaat.

Veelgestelde vragen

Kan een individuele burger een staat aanspreken op klimaatbeleid?
Dat kan, maar de drempel is hoog. Het EHRM stelde strenge eisen aan de slachtofferstatus van natuurlijke personen. Verenigingen die getroffenen vertegenwoordigen, hebben een ruimere toegang.

Is het recht op een gezond leefmilieu een afdwingbaar recht in Nederland?
Niet als zelfstandig verdragsrecht. Het is erkend in niet-bindende VN-resoluties. In Nederlandse procedures wordt doorgaans aangehaakt bij de artikelen 2 en 8 EVRM.

Wat is de betekenis van het IGH-advies voor Nederlandse zaken?
Het advies bindt de Nederlandse rechter niet. Het draagt wel gezaghebbend bij aan de uitleg van verdragsverplichtingen en aan de invulling van open normen.

Heeft u vragen over de doorwerking van mensenrechten in klimaat- en milieubeslissingen? Neem gerust contact op met Law & More in Eindhoven of Amsterdam.

Duurzaamheidsrecht