Groene obligaties en greenwashing: de EuGB-standaard, SFDR en de taxonomie
Bij duurzame financiering zit het greenwashingrisico niet in reclame, maar in documentatie. Een prospectus, een precontractuele bijlage en een allocatieverslag zijn juridisch bindende stukken. Wie daarin te veel belooft, loopt aansprakelijkheidsrisico en toezichtrisico tegelijk. Sinds 21 december 2024 bestaat er een Europese standaard voor groene obligaties die dat risico beheersbaar maakt.
Het korte antwoord
De Europese standaard voor groene obligaties is vrijwillig, maar streng. Voert u de aanduiding Europese groene obligatie of EuGB, dan geldt een harde eis. Ten minste 85% van de netto-opbrengsten gaat naar activiteiten die aan de taxonomie voldoen. U publiceert een factsheet, laat die vooraf extern beoordelen, en rapporteert daarna over allocatie en impact.
Voor beleggingsproducten geldt een ander spoor: de SFDR verplicht tot informatie op entiteits- en productniveau. Beide sporen delen dezelfde kern. De claim moet aansluiten bij het onderliggende feit, en die aansluiting moet controleerbaar zijn. Voor de consumentenkant van greenwashing verwijzen wij naar ons hoofdartikel over greenwashing en duurzaamheidsclaims.
Wat een groene obligatie juridisch is
Een groene obligatie is een gewone schuldtitel. Het verschil zit in de bestemming van de opbrengst en in de toezeggingen daarover. Dat verschil is contractueel en informatief, niet zakenrechtelijk. De belegger heeft doorgaans geen zekerheidsrecht op de groene projecten.
Daarmee is de kwaliteit van de documentatie bepalend. Een afwijking tussen de toezegging en de feitelijke besteding is een tekortkoming of een misleidende mededeling, afhankelijk van de formulering. Een vrijblijvend geformuleerd kader beperkt het risico, maar verzwakt ook de propositie.
Naast de Europese standaard bestaan marktstandaarden, zoals de Green Bond Principles van ICMA en de Climate Bonds Standard. Die blijven gewoon bruikbaar. Zij zijn echter zelfregulering en kennen geen publiekrechtelijk toezicht op de beoordelaars.
De Europese standaard voor groene obligaties
De standaard staat in Verordening (EU) 2023/2631. Zij is van toepassing sinds 21 december 2024. De aanduiding EuGB is beschermd: u mag haar alleen voeren als u aan alle eisen voldoet. De kern:
- Bestemming. Ten minste 85% van de netto-opbrengsten gaat naar economische activiteiten die aan de taxonomie voldoen. Voor maximaal 15% geldt een flexibiliteitsmarge, bedoeld voor activiteiten waarvoor nog geen technische screeningcriteria bestaan.
- Factsheet. Vóór uitgifte publiceert u een factsheet volgens een vast model, met de voorgenomen besteding.
- Externe beoordeling vooraf. Een externe beoordelaar geeft een positief oordeel over de factsheet.
- Prospectus. Er moet een goedgekeurd prospectus zijn.
- Allocatieverslagen. Jaarlijks, totdat de opbrengst volledig is toegewezen, met externe beoordeling.
- Impactverslag. Na volledige toewijzing rapporteert u over de milieueffecten van de besteding.
- Beschikbaarheid. De stukken blijven op uw website staan tot ten minste een jaar na het einde van de looptijd.
Externe beoordelaars vallen onder toezicht van ESMA en moeten zich registreren. Na een overgangsregime is dat verplicht. Dat is een wezenlijk verschil met de zelfregulering: de tweede lijn wordt zelf gecontroleerd.
In Nederland houdt de AFM toezicht op het prospectus. Zij vraagt uitgevende instellingen de EuGB-documentatie bij haar aan te melden. Het gaat om de factsheet, de externe beoordelingen, de allocatie- en impactverslagen en een eventueel investeringsplan.
De rol van de taxonomieverordening
Verordening (EU) 2020/852 geeft de standaard zijn inhoud. Zonder taxonomie zou groen opnieuw een open begrip zijn. Een activiteit telt als ecologisch duurzaam wanneer zij:
- substantieel bijdraagt aan ten minste een van de zes milieudoelstellingen;
- geen ernstige afbreuk doet aan de overige doelstellingen, het beginsel do no significant harm;
- voldoet aan minimumwaarborgen op het gebied van mensenrechten en arbeidsnormen;
- voldoet aan de technische screeningcriteria uit de gedelegeerde handelingen.
De zes milieudoelstellingen zijn:
- mitigatie van klimaatverandering;
- adaptatie aan klimaatverandering;
- duurzaam gebruik en bescherming van water en mariene hulpbronnen;
- de transitie naar een circulaire economie;
- preventie en bestrijding van verontreiniging;
- bescherming en herstel van biodiversiteit en ecosystemen.
Let op de praktische consequentie. Niet elke groene activiteit heeft technische screeningcriteria. Juist daarvoor bestaat de flexibiliteitsmarge. Leg in de documentatie uit welk deel onder die marge valt en waarom.
SFDR: informatieverplichtingen voor financiële marktdeelnemers
Verordening (EU) 2019/2088 verplicht financiële marktdeelnemers en financieel adviseurs tot transparantie. De verplichtingen liggen op twee niveaus.
Entiteitsniveau. U publiceert op uw website uw beleid over duurzaamheidsrisico’s in het beleggingsproces. Daarnaast informeert u over de ongunstige effecten van beleggingsbeslissingen op duurzaamheidsfactoren. Ook licht u toe hoe uw beloningsbeleid op duurzaamheidsrisico’s is afgestemd.
Productniveau. Voor producten die ecologische of sociale kenmerken promoten (artikel 8) en voor producten met duurzame belegging als doelstelling (artikel 9) gelden aanvullende verplichtingen. Die lopen via precontractuele informatie, website-informatie en periodieke verslagen, met vaste modellen uit de technische reguleringsnormen.
De Europese Commissie presenteerde op 20 november 2025 een voorstel om de SFDR te herzien. Kern van dat voorstel is een overstap naar productcategorieën met vaste voorwaarden. Het voorstel doorloopt de gewone wetgevingsprocedure en is nog niet vastgesteld. Tot die tijd geldt de huidige SFDR onverkort. Houd rekening met wijzigingen, maar baseer uw documentatie op het geldende kader.
Fondsnamen en marketinguitingen
Een fondsnaam is in de praktijk de meest gelezen claim. ESMA publiceerde daarom richtsnoeren over het gebruik van ESG- en duurzaamheidstermen in fondsnamen. Die gelden sinds 21 november 2024; voor bestaande fondsen gold 21 mei 2025 als uiterste datum.
De hoofdregel is een drempel van 80%: dat deel van de beleggingen moet de gepromote kenmerken of de duurzame doelstelling dienen. Daarnaast gelden uitsluitingen. Bij termen die verwijzen naar transitie, sociale of governance-aspecten sluit u aan bij de uitsluitingen van de klimaattransitiebenchmarks. Bij milieu-, impact- en duurzaamheidstermen gelden de strengere uitsluitingen van de op Parijs afgestemde benchmarks.
Het effect is meetbaar. In een analyse van 17 december 2025 constateerde ESMA dat een ruime meerderheid van de betrokken fondsen de naam wijzigde. Meestal gebeurde dat door ESG-termen te schrappen. Een deel scherpte tegelijk het beleggingsbeleid aan.
Greenwashingrisico in prospectus en fondsdocumentatie
ESMA gaf in een publieke verklaring van 11 juli 2023 aan wat zij verwacht bij duurzaamheidsinformatie in prospectussen. Een belangrijk punt: duurzaamheidsinformatie die materieel is voor de beleggingsbeslissing hoort in het prospectus, niet alleen in reclamemateriaal.
Daarnaast publiceerde ESMA op 1 juli 2025 thematische notities over duidelijke, eerlijke en niet-misleidende duurzaamheidsclaims. Zij hanteert vier principes. Een claim is nauwkeurig, toegankelijk, onderbouwd en actueel. Die principes zijn bruikbaar als toetssteen voor elk stuk dat u uitbrengt.
De risico’s concentreren zich op vier plekken:
- Inconsistentie. De website zegt iets anders dan de precontractuele bijlage of het jaarverslag.
- Overdrijving. Een ambitie wordt geformuleerd als een bereikt resultaat.
- Selectiviteit. Eén positief kenmerk krijgt het podium, terwijl het gewicht ervan in de portefeuille beperkt is.
- Veroudering. Methodologie of cijfers zijn gewijzigd, maar de documentatie niet.
Aansprakelijkheid loopt via de prospectusaansprakelijkheid, via artikel 6:194 BW over misleidende mededelingen tussen ondernemingen en, bij retailbeleggers, via het leerstuk van de oneerlijke handelspraktijk. Het toezichtspoor loopt via de AFM.
Hoe u het risico beheerst
- Werk met één bronbestand voor duurzaamheidsgegevens. Prospectus, website, bijlagen en verslagen putten daaruit.
- Benoem de methode, de systeemgrens, de databron en de peildatum bij elk cijfer.
- Formuleer toezeggingen en inspanningen apart, met andere werkwoorden.
- Leg de goedkeuringsroute vast: wie tekent af op duurzaamheidsteksten, en wanneer.
- Plan een jaarlijkse consistentietoets tussen de financiële documentatie en uw ESG-rapportage en, indien van toepassing, uw CSRD-verslag.
Veelgestelde vragen
Is de Europese standaard voor groene obligaties verplicht?
Nee, de standaard is vrijwillig. U mag een groene obligatie ook uitgeven onder een marktstandaard. Alleen de aanduiding Europese groene obligatie of EuGB is voorbehouden aan uitgiften die aan de verordening voldoen.
Moet alle opbrengst taxonomie-conform worden besteed?
Niet volledig. Ten minste 85% van de netto-opbrengsten moet naar taxonomie-conforme activiteiten gaan. Voor het resterende deel geldt een flexibiliteitsmarge, met toelichting in de documentatie.
Verandert de SFDR binnenkort?
Er ligt sinds 20 november 2025 een voorstel van de Europese Commissie voor een herziening. Dat voorstel is nog in behandeling. De huidige verplichtingen blijven tot die tijd onverminderd gelden.
Bereidt u een groene uitgifte voor, of wilt u uw fondsdocumentatie laten toetsen op greenwashingrisico? Wij beoordelen uw stukken en de samenhang daartussen. Neem gerust contact op met de specialisten van Law & More, bijvoorbeeld met onze advocaat milieurecht.



