De taxonomieverordening: wanneer is een activiteit ecologisch duurzaam?
De taxonomieverordening is het Europese classificatiesysteem dat bepaalt wanneer een economische activiteit ecologisch duurzaam is. Zij bevat zes milieudoelstellingen en vier cumulatieve voorwaarden. De verordening verplicht niet tot duurzaam handelen: zij verplicht tot transparantie over de mate waarin uw activiteiten aan de criteria voldoen. Het Omnibus I-pakket heeft de kring van rapporteurs verkleind en de rapportage zelf sterk vereenvoudigd.
Het korte antwoord
Verordening (EU) 2020/852 geeft één maatstaf voor groene activiteiten. Ondernemingen die onder de CSRD vallen, rapporteren welk deel van hun omzet, investeringsuitgaven en operationele uitgaven verband houdt met taxonomie-conforme activiteiten. Grote ondernemingen die net buiten de drempels vallen, mogen vrijwillig rapporteren.
Waarom deze verordening bestaat
De markt voor groene financiering groeide sneller dan de definities. Iedere aanbieder hanteerde zijn eigen maatstaf voor duurzaamheid. Vergelijken was onmogelijk en het risico op greenwashing groot.
De taxonomieverordening lost dat op met één gemeenschappelijke taal. Zij is onderdeel van de Europese Green Deal en vormt de basis waarop de CSRD en de SFDR voortbouwen.
De verordening is rechtstreeks werkend. Omzetting in Nederlands recht is niet nodig.
De zes milieudoelstellingen
Artikel 9 noemt zes doelstellingen:
- Mitigatie van klimaatverandering.
- Adaptatie aan klimaatverandering.
- Duurzaam gebruik en bescherming van water en mariene hulpbronnen.
- Transitie naar een circulaire economie.
- Preventie en bestrijding van verontreiniging.
- Bescherming en herstel van de biodiversiteit en ecosystemen.
De technische criteria voor de eerste twee doelstellingen zijn als eerste vastgesteld. De criteria voor de overige vier volgden later. Alle zes doelstellingen zijn inmiddels uitgewerkt.
De vier voorwaarden
Artikel 3 stelt vier eisen. Een activiteit is pas ecologisch duurzaam als zij aan alle vier voldoet.
- Substantiële bijdrage. De activiteit levert een substantiële bijdrage aan ten minste één van de zes milieudoelstellingen.
- Geen ernstige afbreuk. De activiteit doet geen ernstige afbreuk aan een van de andere vijf doelstellingen. Dit is het beginsel do no significant harm, uitgewerkt in artikel 17.
- Minimumwaarborgen. De activiteit wordt uitgevoerd met inachtneming van de minimumgaranties van artikel 18. Die verwijzen naar de OESO-richtlijnen voor multinationale ondernemingen en de UN Guiding Principles on Business and Human Rights. Ook de fundamentele arbeidsnormen van de ILO en het internationale mensenrechtenrecht horen daarbij.
- Technische screeningcriteria. De activiteit voldoet aan de technische screeningcriteria die de Europese Commissie per activiteit heeft vastgesteld in gedelegeerde verordeningen.
De vierde voorwaarde is in de praktijk de zwaarste. De criteria zijn gedetailleerd en per sector verschillend. Zij bevatten drempelwaarden voor bijvoorbeeld emissies, energieprestatie of materiaalgebruik.
Drie soorten activiteiten
De verordening onderscheidt activiteiten die op eigen kracht duurzaam zijn, activiteiten die andere activiteiten mogelijk maken en transitieactiviteiten.
- Koolstofarme activiteiten. Activiteiten die uit zichzelf weinig uitstoten, zoals hernieuwbare energieopwekking.
- Ondersteunende activiteiten. Activiteiten die elders emissiereductie mogelijk maken, zoals de productie van windturbines. Zij mogen niet leiden tot een koolstofintensieve lock-in.
- Transitieactiviteiten. Activiteiten waarvoor nog geen koolstofarm alternatief bestaat, maar die tot de best presterende in hun sector behoren.
Naast conform kent de rapportage ook de categorie in aanmerking komend. Een activiteit die in de gedelegeerde verordeningen wordt beschreven, komt in aanmerking. Pas als zij aan alle vier de voorwaarden voldoet, is zij conform.
Wie moet rapporteren?
De rapportageplicht staat in artikel 8 en is gekoppeld aan de kring van ondernemingen die duurzaamheidsinformatie moet publiceren.
Sinds het Omnibus I-pakket, dat in maart 2026 in werking is getreden, geldt het volgende:
- Verplicht. Ondernemingen die onder de CSRD vallen. Dat zijn ondernemingen met gemiddeld meer dan 1.000 werknemers en meer dan 450 miljoen euro netto-omzet. Beide drempels moeten worden gehaald.
- Vrijwillig. Grote ondernemingen met meer dan 1.000 werknemers die de omzetdrempel niet halen, mogen rapporteren als zij dat willen.
- Buiten scope. Beursgenoteerde kleine en middelgrote ondernemingen.
De eerste CSRD-rapportage ziet op boekjaren die beginnen op of na 1 januari 2027. Voor ondernemingen van buiten de EU geldt boekjaar 2028.
Voor financiële ondernemingen gelden afzonderlijke kengetallen, zoals de green asset ratio voor banken.
Wat u rapporteert
U publiceert drie kengetallen in het bestuursverslag:
| Kengetal | Inhoud |
|---|---|
| Omzet | Het aandeel van de netto-omzet uit taxonomie-conforme activiteiten |
| CapEx | Het aandeel van de investeringsuitgaven dat verband houdt met die activiteiten |
| OpEx | Het aandeel van de betrokken operationele uitgaven |
De CapEx-ratio is voor veel ondernemingen het interessantst. Zij laat zien hoeveel u investeert in de transitie, ook als uw huidige omzet nog niet conform is.
Wat Omnibus heeft veranderd
Er zijn twee sporen van vereenvoudiging.
Het eerste spoor is de inperking van de kring van rapporteurs, hierboven beschreven.
Het tweede spoor is de vereenvoudiging van de rapportage zelf, via Gedelegeerde Verordening (EU) 2026/73. Die wijzigt onder meer de gedelegeerde verordening over de inhoud en presentatie van de taxonomie-informatie. De belangrijkste punten:
- Materialiteitsdrempel. Activiteiten die minder dan 10 procent van omzet, investeringsuitgaven of operationele uitgaven vertegenwoordigen, hoeven niet op conformiteit te worden beoordeeld.
- Minder datapunten. Het aantal verplichte gegevenspunten daalt fors. Voor niet-financiële ondernemingen met ongeveer twee derde, voor financiële ondernemingen met bijna negentig procent.
- Eén sjabloon. De rapportagesjablonen zijn samengevoegd tot een overzichtelijker geheel.
- Aangepaste DNSH-criteria. Enkele criteria over verontreiniging zijn verduidelijkt of geschrapt.
- Gedeeltelijke afstemming. Ondernemingen mogen rapporteren dat een activiteit gedeeltelijk aan de criteria voldoet. Voorheen was het conform of niet.
Ook is er een overgangsregeling voor financiële ondernemingen, die tijdelijk minder gedetailleerd hoeven te rapporteren.
Waarom de taxonomie ook zonder rapportageplicht relevant is
Valt u buiten de rapportageplicht, dan komt de taxonomie alsnog langs. Banken en investeerders gebruiken de criteria om hun eigen portefeuille te beoordelen. Zij vragen die gegevens dus bij u op.
Let daarbij op de bescherming uit het Omnibus-pakket. Heeft uw onderneming gemiddeld niet meer dan 1.000 werknemers, dan mag niet meer worden gevraagd dan de vrijwillige rapportagestandaard voor het mkb, de VSME. Een contractsbepaling die verder gaat, is niet afdwingbaar.
Ook subsidies en aanbestedingen sluiten steeds vaker aan bij de taxonomiecriteria. Zie verder onze pagina’s over de CSRD en ESG-rapportage.
Veelgestelde vragen
Verplicht de taxonomieverordening mij om duurzamer te worden?
Nee. De verordening verplicht tot transparantie, niet tot een bepaalde uitkomst. Een laag percentage is toegestaan. Een onjuist percentage niet.
Wat is het verschil tussen in aanmerking komend en conform?
In aanmerking komend betekent dat uw activiteit in de gedelegeerde verordeningen wordt beschreven. Conform betekent dat zij ook daadwerkelijk aan alle vier de voorwaarden voldoet.
Mag ik vrijwillig taxonomie-informatie publiceren?
Ja. Grote ondernemingen boven de werknemersdrempel kunnen daar uitdrukkelijk voor kiezen. Publiceert u vrijwillig, dan gelden de gewone regels tegen misleidende duurzaamheidsclaims onverkort.
Wilt u weten of uw activiteiten binnen de taxonomie vallen en hoe u daarover verantwoord rapporteert? De advocaten van Law & More in Eindhoven en Amsterdam helpen u graag. Neem gerust contact met ons op.

