De EU-ontbossingsverordening (EUDR): verplichtingen en tijdlijn
De EU-ontbossingsverordening, Verordening (EU) 2023/1115, is geldend recht. Zij is in juni 2023 in werking getreden, maar de verplichtingen voor ondernemingen gaan pas gelden vanaf 30 december 2026. Voor micro- en kleine ondernemingen geldt 30 juni 2027. Wie zeven grondstoffen of daarvan afgeleide producten op de EU-markt brengt of uitvoert, moet aantonen dat die ontbossingsvrij en legaal geproduceerd zijn. Dat vraagt om traceerbaarheid tot op perceelniveau.
Het korte antwoord
U mag relevante producten alleen in de handel brengen of uitvoeren als aan drie voorwaarden is voldaan. Het product is ontbossingsvrij, het is geproduceerd volgens de relevante wetgeving van het productieland, en er is een zorgvuldigheidsverklaring ingediend. Peildatum voor ontbossingsvrij is 31 december 2020. Grond die daarna is omgezet, diskwalificeert de partij.
Welke grondstoffen en producten vallen eronder?
De verordening ziet op zeven grondstoffen: runderen, cacao, koffie, oliepalm, rubber, soja en hout. Daarnaast vallen de in bijlage I genoemde afgeleide producten eronder. Denk aan rundvlees en leer, chocolade, palmoliederivaten, banden, meubels, papier en houtplaatmateriaal.
De reikwijdte is niet statisch. Bij de herziening van eind 2025 zijn drukwerkproducten uit de bijlage gehaald. De Europese Commissie publiceerde op 4 mei 2026 een vereenvoudigingsevaluatie met verdere voorstellen voor de productenlijst. Die voorstellen zijn nog niet allemaal vastgesteld. Controleer daarom altijd de actuele bijlage bij de GN-codes van uw eigen producten.
Wat houdt de zorgvuldigheidsverklaring in?
De zorgvuldigheidsverklaring is een formele verklaring dat u gepaste zorgvuldigheid heeft toegepast en dat het risico op niet-naleving hooguit verwaarloosbaar is. U dient haar in via het Europese informatiesysteem en ontvangt een referentienummer. Dat nummer gebruikt u onder meer in de douaneaangifte.
De zorgvuldigheid bestaat uit drie onderdelen.
- Informatieverzameling. U legt vast om welke grondstof het gaat, in welke hoeveelheid, uit welk land, van welke leverancier, en met welke onderbouwing van legaliteit.
- Risicobeoordeling. U weegt onder meer het landenrisico, de complexiteit van de keten, het risico op vermenging, en aanwijzingen over inheemse rechten en arbeidsomstandigheden.
- Risicobeperking. Is het risico meer dan verwaarloosbaar, dan neemt u aanvullende maatregelen: extra documentatie, onafhankelijke audits, steekproeven of veldonderzoek.
Traceerbaarheid en geolocatie
Het onderscheidende element van de EUDR is geolocatie. U legt de geografische coördinaten vast van alle percelen waar de grondstof is geproduceerd, met de productiedatum of -periode. Voor percelen tot vier hectare volstaat in beginsel één coördinatenpunt. Bij grotere percelen zijn polygonen nodig die de perceelgrenzen beschrijven.
Dat betekent dat u uw keten daadwerkelijk moet kennen. Een verklaring van uw leverancier dat alles in orde is, volstaat niet. Vermenging van partijen uit verschillende herkomsten is het grootste praktische risico. Scheid partijen administratief en fysiek waar dat kan.
Het landenrisicosysteem
De Commissie deelt landen en regio’s in drie categorieën in: laag, standaard en hoog risico. Die indeling is vastgesteld bij uitvoeringsverordening en geldt. Het Europees Parlement nam in 2025 een motie aan waarin het kritiek uitte op de methodiek. Die motie was niet juridisch bindend; de classificatie bleef van kracht.
De indeling werkt op twee manieren door.
| Risicocategorie | Gevolg voor de marktdeelnemer | Controlepercentage |
|---|---|---|
| Laag risico | Vereenvoudigde zorgvuldigheid: informatieverzameling blijft verplicht, risicobeoordeling en -beperking kunnen achterwege blijven | Ten minste 1 procent van de marktdeelnemers |
| Standaard risico | Volledige zorgvuldigheid | Ten minste 3 procent |
| Hoog risico | Volledige zorgvuldigheid en verscherpte controle | Ten minste 9 procent |
Let op: een lage landenscore ontslaat u niet van verantwoordelijkheid. Heeft u concrete aanwijzingen van niet-naleving, dan moet u alsnog een volledige beoordeling doen.
Wie doet wat in de keten?
De verordening onderscheidt marktdeelnemers en handelaren. De marktdeelnemer brengt het product voor het eerst op de EU-markt of voert het uit. Die draagt de volledige zorgvuldigheidsplicht.
Bij de herziening van eind 2025 is de verklaringsplicht geconcentreerd. In beginsel dient alleen de eerste partij die het product op de markt brengt een zorgvuldigheidsverklaring in. Latere schakels kunnen verwijzen naar het referentienummer van die verklaring. Zij blijven wel verplicht informatie te bewaren, en zij moeten een gerede verdenking van niet-naleving melden bij de bevoegde autoriteit.
Voor micro- en kleine primaire marktdeelnemers is een eenmalige vereenvoudigde verklaring geïntroduceerd. Dat verlicht de administratieve last, maar neemt de materiële norm niet weg: het product moet ontbossingsvrij en legaal geproduceerd zijn.
Handhaving en sancties
In Nederland is de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit de bevoegde autoriteit voor toezicht en handhaving. De Douane controleert bij invoer en uitvoer of een geldig referentienummer is opgegeven. Het beleid ligt bij het ministerie dat over landbouw en natuur gaat.
De verordening schrijft doeltreffende, evenredige en afschrikkende sancties voor. Voor rechtspersonen geldt een maximale geldboete van ten minste 4 procent van de jaaromzet in de Unie. Daarnaast zijn andere maatregelen mogelijk.
- Inbeslagname van de producten en van de daarmee behaalde inkomsten.
- Een tijdelijk verbod om relevante producten op de markt te brengen.
- Uitsluiting van aanbestedingen en van publieke financiering.
- Publicatie van de overtreding en van de overtreder.
Bij ernstige of herhaalde overtredingen kan het strafrecht in beeld komen. Over de bestuursrechtelijke kant adviseert onze milieurecht advocaat u graag.
De actuele tijdlijn
| Datum | Wat gebeurt er |
|---|---|
| 29 juni 2023 | Verordening (EU) 2023/1115 treedt in werking |
| 31 december 2020 | Peildatum: grond die daarna is ontbost, diskwalificeert |
| December 2025 | Tweede uitstel plus inhoudelijke vereenvoudiging |
| 4 mei 2026 | Commissie publiceert vereenvoudigingsevaluatie met nadere voorstellen |
| 30 december 2026 | Toepassing voor grote en middelgrote marktdeelnemers en handelaren |
| 30 juni 2027 | Toepassing voor micro- en kleine ondernemingen |
Veelgestelde vragen
Geldt de EUDR ook als ik alleen binnen de EU inkoop?
Mogelijk wel. Bepalend is of uw product een relevante grondstof bevat en of u het voor het eerst op de EU-markt brengt of uitvoert. Koopt u in van een EU-leverancier die de verklaring al indiende, dan kunt u in beginsel verwijzen naar het referentienummer.
Is een duurzaamheidscertificaat voldoende bewijs?
Nee. Certificering kan een hulpmiddel zijn bij uw risicobeoordeling, maar vervangt de wettelijke zorgvuldigheid en de geolocatiegegevens niet.
Wat als een leverancier geen coördinaten wil geven?
Dan kunt u de zorgvuldigheidsverklaring niet onderbouwen en mag u de partij niet op de markt brengen. Regel de verplichting daarom contractueel, met bewijs- en auditrechten, en sluit dit aan op uw MVO-beleid en ESG-rapportage.
Wilt u weten of uw producten onder de verordening vallen en of uw contracten de traceerbaarheid afdwingen? Neem gerust contact op met Law & More in Eindhoven of Amsterdam.



