Klimaatrechtspraak, mensenrechten en vrijwillige MVO instrumenten

Klimaatzaken tegen ondernemingen: grondslagen en verweer

Ondernemingen worden steeds vaker zelf gedagvaard over hun klimaatbeleid. De grondslag is in Nederland vrijwel altijd de onrechtmatige daad van artikel 6:162 BW. Vaak gebeurt dat via een collectieve actie op grond van artikel 3:305a BW. De ongeschreven zorgvuldigheidsnorm wordt mede ingevuld met mensenrechten en met vrijwillige MVO-instrumenten die de onderneming zelf onderschrijft. Daarnaast lopen procedures over misleidende duurzaamheidsclaims. De rechtspraak is in beweging en nog niet uitgekristalliseerd.

Het korte antwoord

Rechters nemen aan dat een onderneming een eigen verantwoordelijkheid draagt om bij te dragen aan het tegengaan van gevaarlijke klimaatverandering. Dat is iets anders dan een afdwingbaar reductiepercentage. Het gerechtshof Den Haag erkende de verplichting, maar legde geen concreet percentage op. Het juridische risico zit nu vooral in twee dingen. In de onderbouwing van uw eigen toezeggingen, en in de juistheid van uw communicatie daarover.

Welke grondslagen worden gebruikt?

  1. Onrechtmatige daad, artikel 6:162 BW. Schending van de ongeschreven zorgvuldigheidsnorm, ingevuld met de beste beschikbare klimaatwetenschap, mensenrechtelijke overwegingen en internationale gedragsstandaarden.
  2. Collectieve actie, artikel 3:305a BW. Belangenorganisaties vorderen een gebod of verklaring voor recht. De ontvankelijkheidstoets is hier een zelfstandig strijdpunt.
  3. Oneerlijke handelspraktijken, artikel 6:193a e.v. BW. Misleidende duurzaamheidsclaims richting consumenten.
  4. Contract en financieringsvoorwaarden. Toezeggingen in leveringscontracten, convenanten en kredietdocumentatie kunnen zelfstandig afdwingbaar zijn.
  5. Informatieverplichtingen. Onjuiste of onvolledige duurzaamheidsinformatie in verslaggeving kan een zelfstandige grondslag opleveren.

Wat rechters oordeelden in Milieudefensie tegen Shell

De rechtbank Den Haag oordeelde op 26 mei 2021 dat Shell haar CO2-uitstoot met 45 procent moest verminderen in 2030. Het ging om scope 1, 2 en 3 gezamenlijk, gemeten vanaf 2019.

Het gerechtshof Den Haag vernietigde dat oordeel op 12 november 2024. Het hof bevestigde wel de kern. Bescherming tegen gevaarlijke klimaatverandering is een mensenrecht. Shell heeft een zorgplicht om bij te dragen aan beperking van de opwarming. Die zorgplicht vloeit voort uit de ongeschreven zorgvuldigheidsnorm, mede ingevuld door de artikelen 2 en 8 EVRM en door internationaal aanvaarde gedragsnormen.

Toch legde het hof geen reductiepercentage op. Voor scope 1 en 2 achtte het hof dreigende schending niet aannemelijk, gelet op de toezeggingen van Shell. Voor scope 3 erkende het hof de verantwoordelijkheid, maar wees het de vordering af. Een algemeen percentage van 45 procent achtte het hof niet fijnmazig genoeg voor deze onderneming. Ook stond niet vast dat minder verkoop door Shell tot minder wereldwijde uitstoot leidt.

Over investeringen in nieuwe olie- en gasvelden overwoog het hof dat die op gespannen voet kunnen staan met de doelen van Parijs. Het hof besliste daarover niet, omdat dit niet afzonderlijk was gevorderd.

Milieudefensie stelde cassatie in. De Hoge Raad hield op 22 mei 2026 zitting in de zaak. Er is op dit moment nog geen arrest gewezen.

Misleidende claims: Fossielvrij tegen KLM

De rechtbank Amsterdam oordeelde op 20 maart 2024 (ECLI:NL:RBAMS:2024:1512) dat KLM consumenten had misleid met duurzaamheidsclaims. Het ging onder meer om de voorstelling van zaken rond CO2-compensatie en het gebruik van duurzamere brandstoffen. De grondslag was de regeling voor oneerlijke handelspraktijken in artikel 6:193a e.v. BW.

Deze route is voor ondernemingen het meest tastbare risico op korte termijn. Zij vergt geen debat over reductiepaden, maar alleen over de vraag of een concrete claim juist en onderbouwd is. Meer hierover leest u in ons stuk over greenwashing en duurzaamheidsclaims.

De financiële sector: Milieudefensie tegen ING

In 2025 dagvaardde Milieudefensie ING over de uitstoot die met haar financieringen samenhangt. De rechtbank Amsterdam verklaarde Milieudefensie op 9 september 2026 ontvankelijk in de collectieve actie (ECLI:NL:RBAMS:2026:9098). Dat is een processuele beslissing, geen inhoudelijk oordeel. De inhoudelijke behandeling volgt later; de zaak toont wel aan dat ook de financiële sector in beeld is.

Wat deze zaken gemeen hebben

Drie patronen vallen op. Ten eerste toetsen rechters niet of de onderneming de wet overtrad, maar of zij handelde zoals in het maatschappelijk verkeer betaamt. Een vergunning of een naleefverklaring is daarmee geen volledig verweer.

Ten tweede is het verweer over causaliteit tot nu toe effectief gebleken. Dat een onderneming haar eigen verkoop terugbrengt, betekent niet zonder meer dat de wereldwijde uitstoot daalt. Dat argument droeg bij aan de afwijzing van de scope 3-vordering in hoger beroep.

Ten derde verschuift de aandacht naar wat de onderneming zelf heeft gezegd en belooft. Eigen toezeggingen zijn in elke procedure het eerste bewijsstuk.

De rol van vrijwillige MVO-instrumenten

Instrumenten als de OESO-richtlijnen voor multinationale ondernemingen, de UN Guiding Principles on Business and Human Rights en het UN Global Compact zijn niet bindend. Zij hebben in klimaatzaken toch juridisch gewicht, om drie redenen.

  • Invulling van de open norm. De ongeschreven zorgvuldigheidsnorm is naar haar aard onbepaald. Breed gedragen gedragsstandaarden maken concreet wat in het maatschappelijk verkeer betaamt.
  • Eigen onderschrijving. Heeft uw onderneming een instrument publiek onderschreven, dan kan de wederpartij u daaraan houden. De vrijblijvendheid neemt dan af.
  • Consistentie-toets. Een afwijking tussen beleid op papier en handelen in de praktijk is het meest gebruikte aanknopingspunt in dagvaardingen.

Het omgekeerde geldt ook. Een goed gedocumenteerde, realistische en consistent uitgevoerde aanpak versterkt uw verweer. Dat sluit aan op het bredere kader van maatschappelijk verantwoord ondernemen.

Hoe ordent u uw positie?

Stap Wat u doet
1. Inventariseer toezeggingen Verzamel alle publieke doelen, convenanten, keurmerken en contractuele beloften. Leg vast wie ze deed en wanneer.
2. Toets de onderbouwing Kan elke claim worden gestaafd met een methode, een basisjaar en verifieerbare data?
3. Sluit beleid en praktijk aan Corrigeer doelen die niet haalbaar zijn, in plaats van ze stil te laten staan.
4. Beheers de communicatie Laat marketinguitingen toetsen voordat zij verschijnen. Vermijd absolute begrippen zonder uitleg.
5. Verbind rapportage en verweer Zorg dat uw CSRD-verslaggeving en ESG-rapportage hetzelfde beeld geven als uw externe communicatie.
6. Leg het dossier vast Documenteer afwegingen en besluiten. In een procedure telt wat u destijds wist en deed.

Veelgestelde vragen

Kan een rechter mijn onderneming een reductiepercentage opleggen?
Het gerechtshof Den Haag deed dat in 2024 niet. Het erkende wel een zorgplicht. De zaak ligt nu bij de Hoge Raad, dus de lijn kan nog wijzigen.

Geldt dit alleen voor grote ondernemingen?
Nee. De zorgvuldigheidsnorm kent geen omvangsdrempel. Omvang en invloed wegen wel mee bij de vraag wat van u kan worden gevergd. De claimroute via oneerlijke handelspraktijken raakt ondernemingen van elke omvang.

Is het veiliger om geen klimaatdoelen te publiceren?
Zwijgen beschermt niet. Het neemt de zorgvuldigheidsnorm niet weg en het kan onder rapportageregels zelfstandig verplicht zijn. Beter is: doelen die u kunt onderbouwen en nakomen.

Wilt u uw klimaattoezeggingen en communicatie juridisch laten toetsen, of bereidt u zich voor op een procedure? Neem gerust contact op met Law & More in Eindhoven of Amsterdam.

Duurzaamheidsrecht