Wet verantwoord en duurzaam internationaal ondernemen

Ketenzorgplicht 2026: wat de CSDDD van uw onderneming vraagt

De ketenzorgplicht is in 2026 vooral Europees recht. De Corporate Sustainability Due Diligence Directive (CSDDD) verplicht zeer grote ondernemingen tot risicogebaseerde gepaste zorgvuldigheid voor mensenrechten en milieu in hun activiteitenketen. Het Omnibus I-pakket, dat in maart 2026 in werking trad, beperkte de reikwijdte fors en verzachtte de verplichtingen. Het Nederlandse initiatiefwetsvoorstel is nooit wet geworden. Toch raakt de ketenzorgplicht ook middelgrote en kleine ondernemingen, via contracten en informatieverzoeken van hun afnemers.

Het korte antwoord

De CSDDD geldt na Omnibus I voor ondernemingen met meer dan 5.000 werknemers en meer dan 1,5 miljard euro wereldwijde netto-omzet. Lidstaten moeten de richtlijn uiterlijk 26 juli 2028 omzetten. Ondernemingen passen haar toe vanaf 26 juli 2029, met rapportage over boekjaren die beginnen op of na 1 januari 2030.

De kern is een doorlopend proces: beleid, risico’s in kaart brengen, prioriteren, maatregelen treffen, een klachtenmechanisme openstellen, monitoren en communiceren. Het is een inspanningsverplichting, geen resultaatsgarantie.

Wat houdt gepaste zorgvuldigheid in?

Gepaste zorgvuldigheid komt uit de OESO-richtlijnen voor multinationale ondernemingen en de UN Guiding Principles on Business and Human Rights. De CSDDD codificeert die aanpak. U beoordeelt uw eigen activiteiten, die van uw dochterondernemingen en die van uw zakelijke partners in de keten.

Na Omnibus I is de aanpak nadrukkelijk risicogebaseerd en getrapt. U begint met een algemene inventarisatie op hoofdlijnen, de scoping. Daarin bepaalt u waar nadelige gevolgen het waarschijnlijkst en het ernstigst zijn. Pas daarna volgt een diepgaande beoordeling van die gebieden. Een uitputtende inventarisatie van de hele keten is niet langer het uitgangspunt.

Prioritering mag. Dat een minder ernstig risico voorlopig blijft liggen, leidt op zichzelf niet tot een sanctie. U moet de keuze wel kunnen uitleggen en onderbouwen.

Voor wie geldt de richtlijn?

Categorie Drempel na Omnibus I
EU-onderneming Meer dan 5.000 werknemers en meer dan 1,5 miljard euro wereldwijde netto-omzet
Onderneming van buiten de EU Meer dan 1,5 miljard euro netto-omzet behaald in de Unie
Omzetting door lidstaten Uiterlijk 26 juli 2028
Toepassing door ondernemingen Vanaf 26 juli 2029
Rapportage Over boekjaren vanaf 1 januari 2030

Ter vergelijking: de CSRD geldt na Omnibus I vanaf meer dan 1.000 werknemers en meer dan 450 miljoen euro netto-omzet. De eerste rapportage ziet op boekjaren vanaf 1 januari 2027. De rapportageplicht raakt dus een bredere groep dan de zorgplicht.

De stappen in de praktijk

  1. Beleid. Verankert u gepaste zorgvuldigheid in beleid en beheersystemen, en actualiseert u dit periodiek.
  2. Scoping. Brengt u op hoofdlijnen in kaart waar in uw keten ernstige risico’s zitten.
  3. Diepgaande beoordeling. Onderzoekt u die gebieden nader, met redelijkerwijs beschikbare informatie.
  4. Maatregelen. Voorkomt, beperkt of beëindigt u de vastgestelde gevolgen, met een actieplan en meetbare termijnen.
  5. Contractuele borging. Vraagt u toezeggingen van zakelijke partners en ondersteunt u hen waar dat nodig is.
  6. Klachtenmechanisme. Richt u een meldpunt in voor betrokkenen, vakbonden en maatschappelijke organisaties.
  7. Monitoring. Beoordeelt u de werking van uw maatregelen periodiek.
  8. Communicatie. Legt u publiek verantwoording af over uw aanpak en resultaten.

Omnibus I bracht de verplichte periodieke beoordeling terug van eens per jaar naar eens per vijf jaar. Bij concrete aanwijzingen van nieuwe of gewijzigde risico’s beoordeelt u uiteraard eerder.

Wat Omnibus I heeft geschrapt of verzacht

  • De verplichting om een klimaattransitieplan vast te stellen en uit te voeren is geschrapt.
  • De geharmoniseerde EU-regeling voor civiele aansprakelijkheid is geschrapt. Aansprakelijkheid wordt beoordeeld naar nationaal recht, in Nederland dus langs de onrechtmatige daad van artikel 6:162 BW.
  • Bestuurlijke boetes zijn gemaximeerd op 3 procent van de wereldwijde netto-omzet.
  • Het beëindigen van een zakelijke relatie is niet langer verplicht. Opschorting is de zwaarste maatregel.
  • Informatie opvragen bij kleinere zakelijke partners is begrensd. U vraagt bij hen alleen op wat u niet redelijkerwijs langs een andere weg kunt verkrijgen.

Wat gebeurde er met het Nederlandse initiatiefwetsvoorstel?

Het initiatiefwetsvoorstel Wet verantwoord en duurzaam internationaal ondernemen werd op 11 maart 2021 ingediend bij de Tweede Kamer (dossier 35761). Het voorstel is nooit in stemming gebracht en is dus geen geldend recht. De verdediging ging in de loop der jaren over op nieuwe indieners; het dossier is nog altijd aanhangig, zonder plenaire afronding.

Het zwaartepunt ligt inmiddels bij de Europese route. Nederland bereidt een implementatiewet voor onder de naam Wet internationaal verantwoord ondernemen (Wivo). Over een aangepaste versie liep in 2026 een openbare internetconsultatie. In de consultatieversie is de Autoriteit Consument en Markt aangewezen als toezichthouder. Als bevoegde bestuursrechters zijn de rechtbank Rotterdam en het College van Beroep voor het bedrijfsleven voorzien. De definitieve wettekst en de parlementaire behandeling moeten nog volgen.

U valt er niet onder, maar zit wel in de keten

De meeste Nederlandse ondernemingen halen de CSDDD-drempels bij lange na niet. Toch merkt u de richtlijn. Uw grote afnemers moeten hun keten beoordelen en zullen dat deels bij u neerleggen. Dat verloopt via drie kanalen.

  1. Contract. Gedragscodes voor leveranciers, audit- en informatieclausules, en beëindigings- of opschortingsrechten.
  2. Informatieverzoeken. Vragenlijsten over arbeidsomstandigheden, herkomst, emissies en beleid.
  3. Aanbesteding. Geschiktheidseisen en gunningscriteria die duurzaamheid en ketenbeleid meewegen.

Let op de begrenzing die Omnibus I aanbracht. Onder de CSRD mogen ondernemingen met minder dan 1.000 werknemers informatieverzoeken weigeren die verder gaan dan de vrijwillige standaard voor het mkb. Die bescherming geldt voor verzoeken die voortkomen uit de rapportageplicht. Een contractuele afspraak die u uit eigen beweging aangaat, valt daarbuiten. Beoordeel informatieverzoeken daarom op hun grondslag voordat u toezegt.

Praktisch advies: leg vast wat u al weet. Een eenvoudig overzicht van uw leveranciers, hun vestigingsland en de belangrijkste risico’s scheelt later veel werk. Sluit dat aan op uw ESG-rapportage en op uw bredere beleid voor maatschappelijk verantwoord ondernemen.

Veelgestelde vragen

Moet mijn onderneming nu al aan de CSDDD voldoen?
Nee. De richtlijn wordt uiterlijk 26 juli 2028 omgezet en geldt voor ondernemingen vanaf 26 juli 2029. Wel kunnen afnemers nu al contractuele eisen stellen die op de richtlijn vooruitlopen.

Kan mijn onderneming aansprakelijk zijn zonder dat de CSDDD op haar van toepassing is?
Ja. Aansprakelijkheid voor schade door mensenrechten- of milieuschendingen wordt in Nederland beoordeeld langs artikel 6:162 BW. De ongeschreven zorgvuldigheidsnorm kan mede worden ingevuld met internationale instrumenten, ook buiten de reikwijdte van de richtlijn.

Moet ik een leverancier afstoten bij een ernstig risico?
Beëindiging is onder de CSDDD niet verplicht. Opschorting van de relatie is de zwaarste maatregel. Eerst onderzoekt u herstel, verbetering en ondersteuning, en legt u die stappen vast.

Twijfelt u of uw contracten, informatieverzoeken of ketenbeleid houdbaar zijn? Wij denken graag met u mee. Neem gerust contact op met Law & More in Eindhoven of Amsterdam voor een eerste beoordeling van uw positie.

Duurzaamheidsrecht